Naar de inhoud

rokeren

het doen van een zet waarbij de koning en een toren elkaar passeren

rokeren

werkwoord

Betekenis

  1. het doen van een zet waarbij de koning en een toren elkaar passeren

Vervoeging van rokeren

rokerenhele werkwoord — rokeerdeverleden tijd enkelvoud — rokeerdenverleden tijd meervoud — gerokeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik rokeer rokeerde
jij rokeert rokeerde
hij, zij, het rokeert rokeerde
wij rokeren rokeerden
jullie rokeren rokeerden
zij rokeren rokeerden
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gerokeerd verleden tijd, deelwoord
gerokeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerokeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gerokeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gerokeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gerokeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gerokeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gerokeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gerokeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gerokeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gerokeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerokeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gerokeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerokeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gerokeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gerokeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerokeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerokeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
rokeer gebiedende wijs
rokeerde verleden tijd
rokere aanvoegende wijs
rokerend onvoltooid, deelwoord
rokéren canonical
te hebben gerokeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te rokeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen rokeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gerokeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerokeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gerokeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal rokeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal rokeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal rokeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gerokeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerokeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerokeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou rokeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou rokeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou rokeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gerokeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerokeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerokeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rokeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden rokeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden rokeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gerokeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rokeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gerokeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerokeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerokeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rokeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen rokeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen rokeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen rokeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gerokeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult rokeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse roquer (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van rokeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gerokeerd voltooid deelwoord rokeren
rokeer gebiedende wijs rokeren
rokeerde verleden tijd rokeren
rokeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon rokeren
rokeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon rokeren
rokere aanvoegende wijs rokeren
rokerend onvoltooid deelwoord rokeren
rokerende woordvorm rokeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rokeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over rokeren

Wat is de betekenis van rokeren?
Rokeren is een werkwoord. De betekenis is: het doen van een zet waarbij de koning en een toren elkaar passeren.
Hoe vervoeg ik rokeren?
Zo vervoeg je rokeren zo: de tegenwoordige tijd is rokeer, de verleden tijd is rokeerde en het voltooid deelwoord is gerokeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord rokeren is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. O 1
  3. K 3
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

rokeren levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 91 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. O 1
  3. K 3
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 zonder bonus
  9. 91 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

rokeren telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

rokeren in het kort

rokeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van rokeren staan er 33 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort rokeren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

rokeren: het doen van een zet waarbij de koning en een toren elkaar passeren
Deel rokeren — standaardnederlands.nl