Naar de inhoud

rochelen

hoorbaar slijm in beweging brengen met de adem

rochelen

werkwoord

Betekenis

  1. hoorbaar slijm in beweging brengen met de adem
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van rochelen

rochelenhele werkwoord — rocheldeverleden tijd enkelvoud — rocheldenverleden tijd meervoud — gerocheldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik rochel rochelde
jij rochelt rochelde
hij, zij, het rochelt rochelde
wij rochelen rochelden
jullie rochelen rochelden
zij rochelen rochelden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gerocheld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gerocheld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gerocheld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gerocheld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gerocheld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gerocheld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gerocheld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gerocheld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gerocheld verleden tijd, deelwoord
gerocheld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerocheld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gerocheld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gerocheld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gerocheld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gerocheld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gerocheld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gerocheld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gerocheld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gerocheld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerocheld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gerocheld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerocheld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gerocheld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gerocheld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerocheld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerocheld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
rochel gebiedende wijs
rochelde verleden tijd
rochele aanvoegende wijs
rochelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gerocheld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te rochelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen rochelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gerocheld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerocheld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gerocheld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal rochelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal rochelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal rochelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gerocheld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerocheld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerocheld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou rochelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou rochelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou rochelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gerocheld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerocheld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerocheld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rochelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden rochelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden rochelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gerocheld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rochelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gerocheld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerocheld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerocheld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rochelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen rochelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen rochelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen rochelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gerocheld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult rochelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘rauw keelgeluid maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1370

Woordfamilie van rochelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gerocheld voltooid deelwoord rochelen
rochel gebiedende wijs rochelen
rochelde verleden tijd rochelen
rochelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon rochelen
rochele aanvoegende wijs rochelen
rochelend onvoltooid deelwoord rochelen
rochelende woordvorm rochelen
rochelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon rochelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rochelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over rochelen

Wat is de betekenis van rochelen?
Rochelen is een werkwoord. De betekenis is: hoorbaar slijm in beweging brengen met de adem. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik rochelen?
Zo vervoeg je rochelen zo: de tegenwoordige tijd is rochel, de verleden tijd is rochelde en het voltooid deelwoord is gerocheld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord rochelen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. O 1
  3. C 5
  4. H 4
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

rochelen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. O 1
  3. C 5
  4. H 4
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

rochelen in het kort

rochelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van rochelen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort rochelen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

rochelen: hoorbaar slijm in beweging brengen met de adem
Deel rochelen — standaardnederlands.nl