Naar de inhoud

rioleren

van een afvoer van vloeibaar afval voorzien

rioleren

werkwoord

Betekenis

  1. van een afvoer van vloeibaar afval voorzien
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van rioleren

riolerenhele werkwoord — rioleerdeverleden tijd enkelvoud — rioleerdenverleden tijd meervoud — gerioleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik rioleer rioleerde
jij rioleert rioleerde
hij, zij, het rioleert rioleerde
wij rioleren rioleerden
jullie rioleren rioleerden
zij rioleren rioleerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gerioleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gerioleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gerioleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gerioleerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gerioleerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gerioleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gerioleerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gerioleerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gerioleerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gerioleerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gerioleerd verleden tijd, deelwoord
gerioleerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gerioleerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gerioleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerioleerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerioleerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerioleerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gerioleerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gerioleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gerioleerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gerioleerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gerioleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gerioleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gerioleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gerioleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gerioleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gerioleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gerioleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gerioleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerioleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gerioleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerioleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gerioleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gerioleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerioleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerioleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gerioleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gerioleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
rioleer gebiedende wijs
rioleerde verleden tijd
riolere aanvoegende wijs
riolerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gerioleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te rioleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen rioleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gerioleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gerioleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gerioleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gerioleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gerioleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gerioleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gerioleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gerioleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gerioleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gerioleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gerioleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gerioleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gerioleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gerioleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gerioleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gerioleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gerioleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gerioleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gerioleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gerioleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gerioleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerioleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gerioleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gerioleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerioleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gerioleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerioleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal rioleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal rioleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal rioleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gerioleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gerioleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gerioleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gerioleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gerioleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerioleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerioleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gerioleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerioleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gerioleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerioleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerioleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerioleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou rioleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou rioleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou rioleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gerioleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerioleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerioleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gerioleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gerioleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gerioleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gerioleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerioleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerioleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rioleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden rioleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden rioleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gerioleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gerioleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gerioleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rioleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gerioleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerioleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerioleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gerioleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gerioleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gerioleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gerioleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerioleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerioleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rioleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen rioleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen rioleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen rioleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gerioleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gerioleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gerioleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult rioleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van rioleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gerioleerd voltooid deelwoord rioleren
gerioleerde woordvorm rioleren
rioleer gebiedende wijs rioleren
rioleerde verleden tijd rioleren
rioleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon rioleren
rioleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon rioleren
riolere aanvoegende wijs rioleren
riolerend onvoltooid deelwoord rioleren
riolerende woordvorm rioleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rioleren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over rioleren

Wat is de betekenis van rioleren?
Rioleren is een werkwoord. De betekenis is: van een afvoer van vloeibaar afval voorzien. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik rioleren?
Zo vervoeg je rioleren zo: de tegenwoordige tijd is rioleer, de verleden tijd is rioleerde en het voltooid deelwoord is gerioleerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord rioleren is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. I 1
  3. O 1
  4. L 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

rioleren levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. I 2
  3. O 1
  4. L 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

rioleren in het kort

rioleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van rioleren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort rioleren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

rioleren: van een afvoer van vloeibaar afval voorzien
Deel rioleren — standaardnederlands.nl