ringvinger
zelfstandig naamwoord ˈrɪŋvɪŋərBetekenis
- vierde vinger, gelegen tussen de pink en de middelvinger, waaraan normaliter ringen worden gedragen
Hoe spreek je ringvinger uit?
/ˈrɪŋvɪŋər/
Ringvinger bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| v | vis |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- vierde vinger gerekend vanaf de duim, gelegen tussen de pink en de middelvinger, traditioneel bestemd voor het dragen van ringen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ringvingers | meervoud |
| ringvingertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ringvingertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van ring zn en vinger zn , omdat deze vinger traditioneel gebruikt wordt voor het dragen van zegel- of trouwring
Woordfamilie van ringvinger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ringvingers | meervoud | ringvinger |
| ringvingertje | verkleinwoord | ringvinger |
| ringvingertjes | verkleinwoord meervoud | ringvinger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ringvinger zijn vastgelegd.