richtingzoeker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- toestel om radiosignalen mee op te vangen met een speciale richtantenne
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| richtingzoekers | meervoud |
| richtingzoekertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| richtingzoekertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van richting en zoeker
Woordfamilie van richtingzoeker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| richtingzoekers | meervoud | richtingzoeker |
| richtingzoekertje | verkleinwoord | richtingzoeker |
| richtingzoekertjes | verkleinwoord meervoud | richtingzoeker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van richtingzoeker zijn vastgelegd.