Naar de inhoud

reorganiseren

anders, opnieuw inrichten

reorganiseren

werkwoord

Betekenis

  1. anders, opnieuw inrichten

werkwoord

  1. anders, opnieuw inrichten. transitive
  2. massaontslagen doorvoeren bij een (verlieslijdend) bedrijf om loonkosten te besparen

Vervoeging van reorganiseren

reorganiserenhele werkwoord — reorganiseerdeverleden tijd enkelvoud — reorganiseerdenverleden tijd meervoud — gereorganiseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik reorganiseer reorganiseerde
jij reorganiseert reorganiseerde
hij, zij, het reorganiseert reorganiseerde
wij reorganiseren reorganiseerden
jullie reorganiseren reorganiseerden
zij reorganiseren reorganiseerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gereorganiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gereorganiseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gereorganiseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gereorganiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gereorganiseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gereorganiseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gereorganiseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gereorganiseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gereorganiseerd verleden tijd, deelwoord
gereorganiseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gereorganiseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gereorganiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gereorganiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gereorganiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gereorganiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gereorganiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gereorganiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gereorganiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gereorganiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gereorganiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gereorganiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gereorganiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gereorganiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gereorganiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gereorganiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gereorganiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
reorganiseer gebiedende wijs
reorganiseerde verleden tijd
reorganisere aanvoegende wijs
reorganiserend onvoltooid, deelwoord
te hebben gereorganiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te reorganiseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen reorganiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gereorganiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gereorganiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gereorganiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal reorganiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal reorganiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal reorganiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gereorganiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gereorganiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gereorganiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou reorganiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou reorganiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou reorganiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gereorganiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gereorganiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gereorganiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden reorganiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden reorganiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden reorganiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gereorganiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt reorganiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gereorganiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gereorganiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gereorganiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen reorganiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen reorganiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen reorganiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen reorganiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gereorganiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult reorganiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afkomstig van het Franse réorganiser (met het achtervoegsel -iseren)

Woordfamilie van reorganiseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gereorganiseerd voltooid deelwoord reorganiseren
gereorganiseerde woordvorm reorganiseren
reorganiseer gebiedende wijs reorganiseren
reorganiseerde verleden tijd reorganiseren
reorganiseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon reorganiseren
reorganiseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon reorganiseren
reorganisere aanvoegende wijs reorganiseren
reorganiserend onvoltooid deelwoord reorganiseren
reorganiserende woordvorm reorganiseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reorganiseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over reorganiseren

Wat betekent reorganiseren?
Reorganiseren is een werkwoord. Het woord betekent: anders, opnieuw inrichten. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je reorganiseren?
Je vervoegt reorganiseren als volgt: de tegenwoordige tijd is reorganiseer, de verleden tijd is reorganiseerde en het voltooid deelwoord is gereorganiseerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord reorganiseren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. E 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. G 3
  6. A 1
  7. N 1
  8. I 1
  9. S 2
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

reorganiseren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. E 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. G 3
  6. A 1
  7. N 1
  8. I 2
  9. S 2
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 20 zonder bonus
  15. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

reorganiseren in het kort

reorganiseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van reorganiseren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort reorganiseren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

reorganiseren: anders, opnieuw inrichten
Deel reorganiseren — standaardnederlands.nl