rente
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- op geregelde tijden te betalen geldbedrag voor het vruchtgebruik van een geleende som geld
- periodieke geldelijke opbrengst (- lijfrente)
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- periodieke geldelijke opbrengst (-> lijfrente)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| renten | meervoud |
| rentes | meervoud |
| rentetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rentetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- aanvoegende wijs van renten
Vervoeging van rente
rentehele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘interest’ voor het eerst aangetroffen in 1230
Woordfamilie van rente
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| renten | meervoud | rente |
| rentes | meervoud | rente |
| rentetje | verkleinwoord | rente |
| rentetjes | verkleinwoord meervoud | rente |
| gerent | woordvorm | renten |
| rentend | woordvorm | renten |
| rentende | woordvorm | renten |
| rentte | woordvorm | renten |
| rentten | woordvorm | renten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rente zijn vastgelegd.