relaxen
werkwoord /rəlɛksə(n)/Betekenis
- de tijd nemen zich te ontspannen
Hoe spreek je relaxen uit?
/rəlɛksən/
Relaxen bestaat uit drie lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ə | de |
| l | land |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| s | sok |
| n | nek |
Vervoeging van relaxen
relaxenhele werkwoord — relaxteverleden tijd enkelvoud — relaxtenverleden tijd meervoud — gerelaxtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | relax | relaxte |
| jij | relaxt | relaxte |
| hij, zij, het | relaxt | relaxte |
| wij | relaxen | relaxten |
| jullie | relaxen | relaxten |
| zij | relaxen | relaxten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gerelaxt | verleden tijd, deelwoord |
| gerelaxt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerelaxt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gerelaxt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gerelaxt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gerelaxt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gerelaxt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gerelaxt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gerelaxt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gerelaxt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gerelaxt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerelaxt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gerelaxt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerelaxt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gerelaxt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gerelaxt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerelaxt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerelaxt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| relax | gebiedende wijs |
| relaxe | aanvoegende wijs |
| relaxend | onvoltooid, deelwoord |
| relaxte | verleden tijd |
| te hebben gerelaxt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te relaxen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen relaxen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gerelaxt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerelaxt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gerelaxt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal relaxen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal relaxen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal relaxen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gerelaxt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerelaxt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerelaxt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou relaxen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou relaxen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou relaxen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gerelaxt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gerelaxt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gerelaxt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden relaxen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden relaxen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden relaxen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gerelaxt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt relaxen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gerelaxt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gerelaxt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gerelaxt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen relaxen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen relaxen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen relaxen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen relaxen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gerelaxt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult relaxen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘zich ontspannen’ voor het eerst aangetroffen in 1958
Woordfamilie van relaxen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gerelaxt | voltooid deelwoord | relaxen |
| relax | gebiedende wijs | relaxen |
| relaxe | aanvoegende wijs | relaxen |
| relaxend | onvoltooid deelwoord | relaxen |
| relaxende | woordvorm | relaxen |
| relaxt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | relaxen |
| relaxten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | relaxen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van relaxen zijn vastgelegd.