rekwireren
werkwoordBetekenis
- vorderen
Vervoeging van rekwireren
rekwirerenhele werkwoord — rekwireerdeverleden tijd enkelvoud — rekwireerdenverleden tijd meervoud — gerekwireerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | rekwireer | rekwireerde |
| jij | rekwireert | rekwireerde |
| hij, zij, het | rekwireert | rekwireerde |
| wij | rekwireren | rekwireerden |
| jullie | rekwireren | rekwireerden |
| zij | rekwireren | rekwireerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gerekwireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gerekwireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gerekwireerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gerekwireerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gerekwireerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gerekwireerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gerekwireerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gerekwireerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gerekwireerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gerekwireerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gerekwireerd | verleden tijd, deelwoord |
| gerekwireerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gerekwireerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gerekwireerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerekwireerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerekwireerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerekwireerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gerekwireerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gerekwireerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gerekwireerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gerekwireerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gerekwireerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gerekwireerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gerekwireerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gerekwireerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gerekwireerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gerekwireerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gerekwireerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gerekwireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerekwireerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gerekwireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerekwireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gerekwireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gerekwireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerekwireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerekwireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gerekwireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gerekwireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| rekwireer | gebiedende wijs |
| rekwireerde | verleden tijd |
| rekwirere | aanvoegende wijs |
| rekwirerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gerekwireerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te rekwireren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen rekwireren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gerekwireerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gerekwireerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gerekwireerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gerekwireerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gerekwireerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gerekwireerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gerekwireerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gerekwireerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gerekwireerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gerekwireerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gerekwireerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gerekwireerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gerekwireerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gerekwireerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gerekwireerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gerekwireerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gerekwireerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gerekwireerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gerekwireerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gerekwireerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gerekwireerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerekwireerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gerekwireerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gerekwireerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerekwireerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gerekwireerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerekwireerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal rekwireren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal rekwireren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal rekwireren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gerekwireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gerekwireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gerekwireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gerekwireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gerekwireerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerekwireerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerekwireerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gerekwireerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerekwireerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gerekwireerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerekwireerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerekwireerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerekwireerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou rekwireren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou rekwireren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou rekwireren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gerekwireerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gerekwireerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gerekwireerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gerekwireerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gerekwireerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gerekwireerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gerekwireerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gerekwireerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gerekwireerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rekwireren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden rekwireren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden rekwireren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gerekwireerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gerekwireerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gerekwireerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rekwireren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gerekwireerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gerekwireerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gerekwireerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gerekwireerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gerekwireerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gerekwireerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gerekwireerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gerekwireerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gerekwireerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rekwireren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen rekwireren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen rekwireren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen rekwireren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gerekwireerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gerekwireerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gerekwireerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult rekwireren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vorderen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1518
Woordfamilie van rekwireren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gerekwireerd | voltooid deelwoord | rekwireren |
| gerekwireerde | woordvorm | rekwireren |
| rekwireer | gebiedende wijs | rekwireren |
| rekwireerde | verleden tijd | rekwireren |
| rekwireerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | rekwireren |
| rekwireert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | rekwireren |
| rekwirere | aanvoegende wijs | rekwireren |
| rekwirerend | onvoltooid deelwoord | rekwireren |
| rekwirerende | woordvorm | rekwireren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rekwireren zijn vastgelegd.