Naar de inhoud

reeuwen

het lichaam van een overledene verzorgen

reeuwen

werkwoord

Betekenis

  1. het lichaam van een overledene verzorgen

Vervoeging van reeuwen

reeuwenhele werkwoord — reeuwdeverleden tijd enkelvoud — reeuwdenverleden tijd meervoud — gereeuwdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik reeuw reeuwde
jij reeuwt reeuwde
hij, zij, het reeuwt reeuwde
wij reeuwen reeuwden
jullie reeuwen reeuwden
zij reeuwen reeuwden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gereeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gereeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gereeuwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gereeuwd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gereeuwd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gereeuwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gereeuwd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gereeuwd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gereeuwd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gereeuwd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gereeuwd verleden tijd, deelwoord
gereeuwd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gereeuwd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gereeuwd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gereeuwd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gereeuwd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gereeuwd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gereeuwd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gereeuwd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gereeuwd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gereeuwd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gereeuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gereeuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gereeuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gereeuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gereeuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gereeuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gereeuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gereeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gereeuwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gereeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gereeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gereeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gereeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gereeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gereeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gereeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gereeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
reeuw gebiedende wijs
reeuwde verleden tijd
reeuwe aanvoegende wijs
reeuwend onvoltooid, deelwoord
te hebben gereeuwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te reeuwen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen reeuwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gereeuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gereeuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gereeuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gereeuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gereeuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gereeuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gereeuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gereeuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gereeuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gereeuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gereeuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gereeuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gereeuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gereeuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gereeuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gereeuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gereeuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gereeuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gereeuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gereeuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gereeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gereeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gereeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gereeuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gereeuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gereeuwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gereeuwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal reeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal reeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal reeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gereeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gereeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gereeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gereeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gereeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gereeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gereeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gereeuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gereeuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gereeuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gereeuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gereeuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gereeuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou reeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou reeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou reeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gereeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gereeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gereeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gereeuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gereeuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gereeuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gereeuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gereeuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gereeuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden reeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden reeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden reeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gereeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gereeuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gereeuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt reeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gereeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gereeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gereeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gereeuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gereeuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gereeuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gereeuwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gereeuwd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gereeuwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen reeuwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen reeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen reeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen reeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gereeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gereeuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gereeuwd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult reeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van reeuwen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gereeuwd voltooid deelwoord reeuwen
gereeuwde woordvorm reeuwen
reeuwde verleden tijd reeuwen
reeuwden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon reeuwen
reeuwe aanvoegende wijs reeuwen
reeuwend onvoltooid deelwoord reeuwen
reeuwende woordvorm reeuwen
reeuwt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon reeuwen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reeuwen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over reeuwen

Wat betekent reeuwen?
Reeuwen is een werkwoord. Het woord betekent: het lichaam van een overledene verzorgen.
Hoe vervoeg je reeuwen?
Je vervoegt reeuwen als volgt: de tegenwoordige tijd is reeuw, de verleden tijd is reeuwde en het voltooid deelwoord is gereeuwd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord reeuwen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. E 1
  3. E 1
  4. U 4
  5. W 5
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

reeuwen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 109 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. E 1
  3. E 1
  4. U 2
  5. W 5
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 109 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

reeuwen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

reeuwen in het kort

reeuwen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van reeuwen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort reeuwen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

reeuwen: het lichaam van een overledene verzorgen
Deel reeuwen — standaardnederlands.nl