Naar de inhoud

recreëren

zich ontspannen, zijn vrije tijd besteden

recreëren

werkwoord

Betekenis

  1. zich ontspannen, zijn vrije tijd besteden

Vervoeging van recreëren

recreërenhele werkwoord — recreëerdeverleden tijd enkelvoud — recreëerdenverleden tijd meervoud — gerecreëerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik recreëer recreëerde
jij recreëert recreëerde
hij, zij, het recreëert recreëerde
wij recreëren recreëerden
jullie recreëren recreëerden
zij recreëren recreëerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gerecreëerd verleden tijd, deelwoord
gerecreëerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerecreëerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gerecreëerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gerecreëerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gerecreëerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gerecreëerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gerecreëerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gerecreëerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gerecreëerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gerecreëerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerecreëerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gerecreëerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerecreëerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gerecreëerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gerecreëerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerecreëerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerecreëerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
recreëer gebiedende wijs
recreëerde verleden tijd
recreëre aanvoegende wijs
recreërend onvoltooid, deelwoord
te hebben gerecreëerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te recreëren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen recreëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gerecreëerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerecreëerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gerecreëerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal recreëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal recreëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal recreëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gerecreëerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerecreëerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerecreëerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou recreëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou recreëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou recreëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gerecreëerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerecreëerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerecreëerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden recreëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden recreëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden recreëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gerecreëerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt recreëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gerecreëerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerecreëerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerecreëerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen recreëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen recreëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen recreëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen recreëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gerecreëerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult recreëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zich ontspannen’ voor het eerst aangetroffen in 1540

Woordfamilie van recreëren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gerecreëerd voltooid deelwoord recreëren
recreëer gebiedende wijs recreëren
recreëerde verleden tijd recreëren
recreëerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon recreëren
recreëert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon recreëren
recreëre aanvoegende wijs recreëren
recreërend onvoltooid deelwoord recreëren
recreërende woordvorm recreëren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van recreëren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over recreëren

Wat is de betekenis van recreëren?
Recreëren is een werkwoord. De betekenis is: zich ontspannen, zijn vrije tijd besteden.
Hoe vervoeg ik recreëren?
Zo vervoeg je recreëren zo: de tegenwoordige tijd is recreëer, de verleden tijd is recreëerde en het voltooid deelwoord is gerecreëerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord recreëren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. E 1
  3. C 5
  4. R 2
  5. E 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

recreëren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. E 1
  3. C 5
  4. R 2
  5. E 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

recreëren in het kort

recreëren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van recreëren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort recreëren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

recreëren: zich ontspannen, zijn vrije tijd besteden
Deel recreëren — standaardnederlands.nl