rechercheren
werkwoordBetekenis
- een onderzoek instellen, onderzoeken, naspeuren, opsporen
Vervoeging van rechercheren
rechercherenhele werkwoord — rechercheerdeverleden tijd enkelvoud — rechercheerdenverleden tijd meervoud — gerechercheerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | rechercheer | rechercheerde |
| jij | rechercheert | rechercheerde |
| hij, zij, het | rechercheert | rechercheerde |
| wij | rechercheren | rechercheerden |
| jullie | rechercheren | rechercheerden |
| zij | rechercheren | rechercheerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gerechercheerd | verleden tijd, deelwoord |
| gerechercheerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerechercheerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gerechercheerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gerechercheerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gerechercheerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gerechercheerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gerechercheerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gerechercheerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gerechercheerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gerechercheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerechercheerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gerechercheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerechercheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gerechercheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gerechercheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerechercheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerechercheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| rechercheer | gebiedende wijs |
| rechercheerde | verleden tijd |
| recherchere | aanvoegende wijs |
| rechercherend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gerechercheerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te rechercheren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen rechercheren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gerechercheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerechercheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gerechercheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal rechercheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal rechercheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal rechercheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gerechercheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerechercheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerechercheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou rechercheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou rechercheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou rechercheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gerechercheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gerechercheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gerechercheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rechercheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden rechercheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden rechercheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gerechercheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rechercheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gerechercheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gerechercheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gerechercheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rechercheren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen rechercheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen rechercheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen rechercheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gerechercheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult rechercheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse rechercher (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van rechercheren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gerechercheerd | voltooid deelwoord | rechercheren |
| rechercheer | gebiedende wijs | rechercheren |
| rechercheerde | verleden tijd | rechercheren |
| rechercheerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | rechercheren |
| rechercheert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | rechercheren |
| recherchere | aanvoegende wijs | rechercheren |
| rechercherend | onvoltooid deelwoord | rechercheren |
| rechercherende | woordvorm | rechercheren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rechercheren zijn vastgelegd.