reageren
werkwoordBetekenis
- ~ op op een nieuwe situatie actie ondernemen
werkwoord
- ~ met: bij samenvoeging een chemisch proces van verandering ondergaan. unergative
- interacteren van deeltjes
Vervoeging van reageren
reagerenhele werkwoord — reageerdeverleden tijd enkelvoud — reageerdenverleden tijd meervoud — gereageerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | reageer | reageerde |
| jij | reageert | reageerde |
| hij, zij, het | reageert | reageerde |
| wij | reageren | reageerden |
| jullie | reageren | reageerden |
| zij | reageren | reageerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gereageerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gereageerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gereageerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gereageerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gereageerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gereageerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gereageerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gereageerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gereageerd | verleden tijd, deelwoord |
| gereageerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereageerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gereageerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gereageerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gereageerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gereageerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gereageerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gereageerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gereageerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gereageerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gereageerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gereageerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gereageerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gereageerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gereageerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gereageerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gereageerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| reageer | gebiedende wijs |
| reageerde | verleden tijd |
| reagere | aanvoegende wijs |
| reagerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gereageerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te reageren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen reageren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gereageerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gereageerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gereageerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal reageren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal reageren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal reageren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gereageerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gereageerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gereageerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou reageren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou reageren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou reageren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gereageerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gereageerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gereageerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden reageren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden reageren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden reageren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gereageerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt reageren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gereageerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gereageerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gereageerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen reageren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen reageren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen reageren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen reageren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gereageerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult reageren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘reactie vertonen’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van reageren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gereageerd | voltooid deelwoord | reageren |
| reageer | gebiedende wijs | reageren |
| reageerde | verleden tijd | reageren |
| reageerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | reageren |
| reageert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | reageren |
| reagere | aanvoegende wijs | reageren |
| reagerend | onvoltooid deelwoord | reageren |
| reagerende | woordvorm | reageren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reageren zijn vastgelegd.