Naar de inhoud

raisonneren

redeneren

raisonneren

werkwoord

Betekenis

  1. redeneren

Vervoeging van raisonneren

raisonnerenhele werkwoord — raisonneerdeverleden tijd enkelvoud — raisonneerdenverleden tijd meervoud — geraisonneerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik raisonneer raisonneerde
jij raisonneert raisonneerde
hij, zij, het raisonneert raisonneerde
wij raisonneren raisonneerden
jullie raisonneren raisonneerden
zij raisonneren raisonneerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geraisonneerd verleden tijd, deelwoord
geraisonneerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geraisonneerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geraisonneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geraisonneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geraisonneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geraisonneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geraisonneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geraisonneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geraisonneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geraisonneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geraisonneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geraisonneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geraisonneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geraisonneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geraisonneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geraisonneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geraisonneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
raisonneer gebiedende wijs
raisonneerde verleden tijd
raisonnere aanvoegende wijs
raisonnerend onvoltooid, deelwoord
te hebben geraisonneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te raisonneren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen raisonneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geraisonneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geraisonneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geraisonneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal raisonneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal raisonneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal raisonneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geraisonneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geraisonneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geraisonneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou raisonneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou raisonneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou raisonneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geraisonneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geraisonneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geraisonneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden raisonneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden raisonneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden raisonneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geraisonneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt raisonneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geraisonneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geraisonneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geraisonneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen raisonneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen raisonneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen raisonneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen raisonneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geraisonneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult raisonneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse raisonner (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van raisonneren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geraisonneerd voltooid deelwoord raisonneren
raisonneer gebiedende wijs raisonneren
raisonneerde verleden tijd raisonneren
raisonneerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon raisonneren
raisonneert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon raisonneren
raisonnere aanvoegende wijs raisonneren
raisonnerend onvoltooid deelwoord raisonneren
raisonnerende woordvorm raisonneren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van raisonneren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over raisonneren

Wat is de betekenis van raisonneren?
Raisonneren is een werkwoord. De betekenis is: redeneren.
Hoe vervoeg ik raisonneren?
Zo vervoeg je raisonneren zo: de tegenwoordige tijd is raisonneer, de verleden tijd is raisonneerde en het voltooid deelwoord is geraisonneerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord raisonneren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. A 1
  3. I 1
  4. S 2
  5. O 1
  6. N 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

raisonneren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. A 1
  3. I 2
  4. S 2
  5. O 1
  6. N 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 15 zonder bonus
  13. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (R) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

raisonneren in het kort

raisonneren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van raisonneren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort raisonneren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

raisonneren: redeneren
Deel raisonneren — standaardnederlands.nl