raisonneren
werkwoordBetekenis
- redeneren
Vervoeging van raisonneren
raisonnerenhele werkwoord — raisonneerdeverleden tijd enkelvoud — raisonneerdenverleden tijd meervoud — geraisonneerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | raisonneer | raisonneerde |
| jij | raisonneert | raisonneerde |
| hij, zij, het | raisonneert | raisonneerde |
| wij | raisonneren | raisonneerden |
| jullie | raisonneren | raisonneerden |
| zij | raisonneren | raisonneerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| geraisonneerd | verleden tijd, deelwoord |
| geraisonneerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geraisonneerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geraisonneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geraisonneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geraisonneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geraisonneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geraisonneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geraisonneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geraisonneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geraisonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geraisonneerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geraisonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geraisonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geraisonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geraisonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geraisonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geraisonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| raisonneer | gebiedende wijs |
| raisonneerde | verleden tijd |
| raisonnere | aanvoegende wijs |
| raisonnerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geraisonneerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te raisonneren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen raisonneren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geraisonneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geraisonneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geraisonneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal raisonneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal raisonneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal raisonneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geraisonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geraisonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geraisonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou raisonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou raisonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou raisonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geraisonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geraisonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geraisonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden raisonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden raisonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden raisonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geraisonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt raisonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geraisonneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geraisonneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geraisonneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen raisonneren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen raisonneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen raisonneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen raisonneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geraisonneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult raisonneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse raisonner (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van raisonneren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geraisonneerd | voltooid deelwoord | raisonneren |
| raisonneer | gebiedende wijs | raisonneren |
| raisonneerde | verleden tijd | raisonneren |
| raisonneerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | raisonneren |
| raisonneert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | raisonneren |
| raisonnere | aanvoegende wijs | raisonneren |
| raisonnerend | onvoltooid deelwoord | raisonneren |
| raisonnerende | woordvorm | raisonneren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van raisonneren zijn vastgelegd.