Naar de inhoud

railleren

schertsen

railleren

werkwoord

Betekenis

  1. schertsen

werkwoord

  1. schertsen, als grap opmerken unergative
  2. spotten, met een grap belachelijk maken unergative

Vervoeging van railleren

raillerenhele werkwoord — railleerdeverleden tijd enkelvoud — railleerdenverleden tijd meervoud — gerailleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik railleer railleerde
jij railleert railleerde
hij, zij, het railleert railleerde
wij railleren railleerden
jullie railleren railleerden
zij railleren railleerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gerailleerd verleden tijd, deelwoord
gerailleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerailleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gerailleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gerailleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gerailleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gerailleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gerailleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gerailleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gerailleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gerailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerailleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gerailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gerailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gerailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
railleer gebiedende wijs
railleerde verleden tijd
raillere aanvoegende wijs
raillerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gerailleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te railleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen railleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gerailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gerailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal railleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal railleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal railleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gerailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou railleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou railleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou railleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gerailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden railleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden railleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden railleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gerailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt railleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gerailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen railleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen railleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen railleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen railleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gerailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult railleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse railler met het achtervoegsel -eren

Woordfamilie van railleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gerailleerd voltooid deelwoord railleren
railleer gebiedende wijs railleren
railleerde verleden tijd railleren
railleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon railleren
railleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon railleren
raillere aanvoegende wijs railleren
raillerend onvoltooid deelwoord railleren
raillerende woordvorm railleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van railleren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over railleren

Wat betekent railleren?
Railleren is een werkwoord. Het woord betekent: schertsen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je railleren?
Je vervoegt railleren als volgt: de tegenwoordige tijd is railleer, de verleden tijd is railleerde en het voltooid deelwoord is gerailleerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord railleren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. A 1
  3. I 1
  4. L 3
  5. L 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

railleren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. A 1
  3. I 2
  4. L 3
  5. L 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

railleren in het kort

railleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van railleren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort railleren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

railleren: schertsen
Deel railleren — standaardnederlands.nl