rafel
zelfstandig naamwoord, werkwoord /'ra.fəl/Betekenis
- een losgeraakte draad van een weefsel
Hoe spreek je rafel uit?
/ˈrafəl/
Rafel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| a | maan |
| f | fiets |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rafels | meervoud |
| rafeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rafeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rafelen
- gebiedende wijs van rafelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rafelen
Vervoeging van rafel
rafelhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘draad’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1653
Woordfamilie van rafel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rafels | meervoud | rafel |
| rafeltje | verkleinwoord | rafel |
| rafeltjes | verkleinwoord meervoud | rafel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rafel zijn vastgelegd.