raap
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- gewas met een groot aantal variëteiten, waarvan keukenraap en meiraap als groente worden gegeten.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| raapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| raapjes | verkleinwoord, meervoud |
| rapen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rapen
- gebiedende wijs van rapen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rapen
Vervoeging van raap
raaphele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘plantensoort’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van raap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| raapje | verkleinwoord | raap |
| raapjes | verkleinwoord meervoud | raap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van raap zijn vastgelegd.