raapzaad
zelfstandig naamwoord ˈrapsatBetekenis
- een plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
Hoe spreek je raapzaad uit?
/ˈrapsat/
Raapzaad bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| a | maan |
| p | pak |
| s | sok |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- Brassica rapa een plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). Het is een typische voorjaarsplant. De plant kan meer dan 1 m hoog worden. De plant kleurt eind maart en begin april in korte tijd veel bermen in een felle gele pracht. De gele kleur in bermen in mei komt vaak door de herik (Sinapis arvensis)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| raapzaden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van raap zn en zaad zn
Woordfamilie van raapzaad
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| raapzaden | meervoud | raapzaad |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van raapzaad zijn vastgelegd.