Naar de inhoud

quotiseren

verdelen naar evenredigheid of verhouding

quotiseren

werkwoord

Betekenis

  1. verdelen naar evenredigheid of verhouding
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van quotiseren

quotiserenhele werkwoord — quotiseerdeverleden tijd enkelvoud — quotiseerdenverleden tijd meervoud — gequotiseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik quotiseer quotiseerde
jij quotiseert quotiseerde
hij, zij, het quotiseert quotiseerde
wij quotiseren quotiseerden
jullie quotiseren quotiseerden
zij quotiseren quotiseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gequotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gequotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gequotiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gequotiseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gequotiseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gequotiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gequotiseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gequotiseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gequotiseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gequotiseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gequotiseerd verleden tijd, deelwoord
gequotiseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gequotiseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gequotiseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gequotiseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gequotiseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gequotiseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gequotiseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gequotiseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gequotiseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gequotiseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gequotiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gequotiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gequotiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gequotiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gequotiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gequotiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gequotiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gequotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gequotiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gequotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gequotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gequotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gequotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gequotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gequotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gequotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gequotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
quotiseer gebiedende wijs
quotiseerde verleden tijd
quotisere aanvoegende wijs
quotiserend onvoltooid, deelwoord
te hebben gequotiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te quotiseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen quotiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gequotiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gequotiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gequotiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gequotiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gequotiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gequotiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gequotiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gequotiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gequotiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gequotiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gequotiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gequotiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gequotiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gequotiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gequotiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gequotiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gequotiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gequotiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gequotiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gequotiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gequotiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gequotiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gequotiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gequotiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gequotiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gequotiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gequotiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal quotiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal quotiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal quotiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gequotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gequotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gequotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gequotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gequotiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gequotiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gequotiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gequotiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gequotiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gequotiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gequotiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gequotiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gequotiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou quotiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou quotiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou quotiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gequotiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gequotiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gequotiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gequotiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gequotiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gequotiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gequotiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gequotiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gequotiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden quotiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden quotiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden quotiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gequotiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gequotiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gequotiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt quotiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gequotiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gequotiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gequotiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gequotiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gequotiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gequotiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gequotiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gequotiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gequotiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen quotiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen quotiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen quotiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen quotiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gequotiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gequotiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gequotiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult quotiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Van het Franse quotiser, van middeleeuws latijn quotisare

Woordfamilie van quotiseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gequotiseerd voltooid deelwoord quotiseren
gequotiseerde woordvorm quotiseren
quotiseer gebiedende wijs quotiseren
quotiseerde verleden tijd quotiseren
quotiseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon quotiseren
quotiseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon quotiseren
quotisere aanvoegende wijs quotiseren
quotiserend onvoltooid deelwoord quotiseren
quotiserende woordvorm quotiseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van quotiseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over quotiseren

Wat betekent quotiseren?
Quotiseren is een werkwoord. Het woord betekent: verdelen naar evenredigheid of verhouding. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je quotiseren?
Je vervoegt quotiseren als volgt: de tegenwoordige tijd is quotiseer, de verleden tijd is quotiseerde en het voltooid deelwoord is gequotiseerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord quotiseren is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Q 10
  2. U 4
  3. O 1
  4. T 2
  5. I 1
  6. S 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

quotiseren levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 132 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Q 10
  2. U 2
  3. O 1
  4. T 2
  5. I 2
  6. S 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 24 zonder bonus
  12. 132 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Q) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

quotiseren in het kort

quotiseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van quotiseren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort quotiseren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

quotiseren: verdelen naar evenredigheid of verhouding
Deel quotiseren — standaardnederlands.nl