| er is gequeruleerd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
|
| er was gequeruleerd |
impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
|
| er werd gequeruleerd |
impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
|
| er wordt gequeruleerd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
|
| er zal gequeruleerd worden |
impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
|
| er zal gequeruleerd zijn |
impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
|
| er zou gequeruleerd worden |
impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
|
| er zou gequeruleerd zijn |
impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| gequeruleerd |
verleden tijd, deelwoord
|
| gequeruleerd te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gequeruleerd zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had gequeruleerd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had gequeruleerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had gequeruleerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden gequeruleerd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden gequeruleerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden gequeruleerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt gequeruleerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb gequeruleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gequeruleerd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben gequeruleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gequeruleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben gequeruleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt gequeruleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gequeruleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gequeruleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| queruleer |
gebiedende wijs
|
| queruleerde |
verleden tijd
|
| querulere |
aanvoegende wijs
|
| querulerend |
onvoltooid, deelwoord
|
| te hebben gequeruleerd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te queruleren |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen queruleren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| zal gequeruleerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gequeruleerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal gequeruleerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal queruleren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal queruleren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal queruleren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zou gequeruleerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gequeruleerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gequeruleerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou queruleren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou queruleren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou queruleren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden gequeruleerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gequeruleerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gequeruleerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden queruleren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden queruleren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden queruleren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt gequeruleerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt queruleren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen gequeruleerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gequeruleerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gequeruleerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen queruleren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen queruleren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen queruleren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen queruleren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult gequeruleerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult queruleren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|