quadrilleren
werkwoordBetekenis
- een quadrille dansen
- het quadrillespel spelen
- Het aanbrengen van een ruitvorm (bijv. op een gerecht), iets in ruiten verdelen
Vervoeging van quadrilleren
quadrillerenhele werkwoord — quadrilleerdeverleden tijd enkelvoud — quadrilleerdenverleden tijd meervoud — gequadrilleerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | quadrilleer | quadrilleerde |
| jij | quadrilleert | quadrilleerde |
| hij, zij, het | quadrilleert | quadrilleerde |
| wij | quadrilleren | quadrilleerden |
| jullie | quadrilleren | quadrilleerden |
| zij | quadrilleren | quadrilleerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gequadrilleerd | verleden tijd, deelwoord |
| gequadrilleerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gequadrilleerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gequadrilleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gequadrilleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gequadrilleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gequadrilleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gequadrilleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gequadrilleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gequadrilleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gequadrilleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gequadrilleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gequadrilleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gequadrilleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gequadrilleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gequadrilleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gequadrilleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gequadrilleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| quadrilleer | gebiedende wijs |
| quadrilleerde | verleden tijd |
| quadrillere | aanvoegende wijs |
| quadrillerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gequadrilleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te quadrilleren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen quadrilleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gequadrilleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gequadrilleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gequadrilleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal quadrilleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal quadrilleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal quadrilleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gequadrilleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gequadrilleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gequadrilleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou quadrilleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou quadrilleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou quadrilleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gequadrilleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gequadrilleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gequadrilleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden quadrilleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden quadrilleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden quadrilleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gequadrilleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt quadrilleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gequadrilleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gequadrilleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gequadrilleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen quadrilleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen quadrilleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen quadrilleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen quadrilleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gequadrilleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult quadrilleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse quadriller (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van quadrilleren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gequadrilleerd | voltooid deelwoord | quadrilleren |
| quadrilleer | gebiedende wijs | quadrilleren |
| quadrilleerde | verleden tijd | quadrilleren |
| quadrilleerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | quadrilleren |
| quadrilleert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | quadrilleren |
| quadrillere | aanvoegende wijs | quadrilleren |
| quadrillerend | onvoltooid deelwoord | quadrilleren |
| quadrillerende | woordvorm | quadrilleren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van quadrilleren zijn vastgelegd.