pyjama
zelfstandig naamwoord piˈjamaBetekenis
- gemakkelijk zittende hemd en broek die 's nachts in bed kunnen worden gedragen
- pyjama; een kledingstuk voor de nacht.
Hoe spreek je pyjama uit?
/piˈjama/
Pyjama bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| i | riet |
| j | ja |
| a | maan |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pyjama's | meervoud |
| pyjamaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pyjamaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Engels pyjamas, in de betekenis van ‘nachtkleding’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1912
Woordfamilie van pyjama
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pyjama's | meervoud | pyjama |
| pyjamaatje | verkleinwoord | pyjama |
| pyjamaatjes | verkleinwoord meervoud | pyjama |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pyjama zijn vastgelegd.