ama
zelfstandig naamwoord ˈamaBetekenis
- alleenstaande minderjarige asielzoeker
- naar mijn mening
- regen
- vader
- grootmoeder
- echter, maar
Hoe spreek je ama uit?
/ˈama/
Ama bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- kind dat zonder ouders naar een ander land is gereisd en daar als vluchteling wil worden toegelaten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ama's | enkelvoud |
| amaatje | verkleinwoord |
| amaatjes | verkleinwoord, enkelvoud |
zelfstandig naamwoord
- Japanse vrouw die op een traditionele manier in zee duikt naar oesters en andere zeevruchten
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord ama
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ama's | enkelvoud |
Woordfamilie van ama
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ama's | enkelvoud | ama |
| amaatje | verkleinwoord | ama |
| amaatjes | verkleinwoord | ama |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ama zijn vastgelegd.