Naar de inhoud

psychologiseren

iets tot een psychologische zaak maken

psychologiseren

werkwoord

Betekenis

  1. iets tot een psychologische zaak maken

Vervoeging van psychologiseren

psychologiserenhele werkwoord — psychologiseerdeverleden tijd enkelvoud — psychologiseerdenverleden tijd meervoud — gepsychologiseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik psychologiseer psychologiseerde
jij psychologiseert psychologiseerde
hij, zij, het psychologiseert psychologiseerde
wij psychologiseren psychologiseerden
jullie psychologiseren psychologiseerden
zij psychologiseren psychologiseerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gepsychologiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepsychologiseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepsychologiseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepsychologiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepsychologiseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepsychologiseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepsychologiseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepsychologiseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepsychologiseerd verleden tijd, deelwoord
gepsychologiseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepsychologiseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepsychologiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepsychologiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepsychologiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepsychologiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepsychologiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepsychologiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepsychologiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepsychologiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepsychologiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepsychologiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepsychologiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepsychologiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepsychologiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepsychologiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepsychologiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
psychologiseer gebiedende wijs
psychologiseerde verleden tijd
psychologisere aanvoegende wijs
psychologiserend onvoltooid, deelwoord
te hebben gepsychologiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te psychologiseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen psychologiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gepsychologiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepsychologiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepsychologiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal psychologiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal psychologiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal psychologiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gepsychologiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepsychologiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepsychologiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou psychologiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou psychologiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou psychologiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepsychologiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepsychologiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepsychologiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden psychologiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden psychologiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden psychologiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepsychologiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt psychologiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepsychologiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepsychologiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepsychologiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen psychologiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen psychologiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen psychologiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen psychologiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepsychologiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult psychologiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van psychologisch met het achtervoegsel -iseren

Woordfamilie van psychologiseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepsychologiseerd voltooid deelwoord psychologiseren
gepsychologiseerde woordvorm psychologiseren
psychologiseer gebiedende wijs psychologiseren
psychologiseerde verleden tijd psychologiseren
psychologiseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon psychologiseren
psychologiseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon psychologiseren
psychologisere aanvoegende wijs psychologiseren
psychologiserend onvoltooid deelwoord psychologiseren
psychologiserende woordvorm psychologiseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van psychologiseren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over psychologiseren

Wat is de betekenis van psychologiseren?
Psychologiseren is een werkwoord. De betekenis is: iets tot een psychologische zaak maken.
Hoe vervoeg ik psychologiseren?
Zo vervoeg je psychologiseren zo: de tegenwoordige tijd is psychologiseer, de verleden tijd is psychologiseerde en het voltooid deelwoord is gepsychologiseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord psychologiseren is 38 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. S 2
  3. Y 8
  4. C 5
  5. H 4
  6. O 1
  7. L 3
  8. O 1
  9. G 3
  10. I 1
  11. S 2
  12. E 1
  13. R 2
  14. E 1
  15. N 1
  16. 38 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

psychologiseren levert met Wordfeud minimaal 40 en maximaal 168 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. S 2
  3. Y 8
  4. C 5
  5. H 4
  6. O 1
  7. L 3
  8. O 1
  9. G 3
  10. I 2
  11. S 2
  12. E 1
  13. R 2
  14. E 1
  15. N 1
  16. 40 zonder bonus
  17. 168 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Y) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

psychologiseren in het kort

psychologiseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van psychologiseren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort psychologiseren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

psychologiseren: iets tot een psychologische zaak maken
Deel psychologiseren — standaardnederlands.nl