psychologiseren
werkwoordBetekenis
- iets tot een psychologische zaak maken
Vervoeging van psychologiseren
psychologiserenhele werkwoord — psychologiseerdeverleden tijd enkelvoud — psychologiseerdenverleden tijd meervoud — gepsychologiseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | psychologiseer | psychologiseerde |
| jij | psychologiseert | psychologiseerde |
| hij, zij, het | psychologiseert | psychologiseerde |
| wij | psychologiseren | psychologiseerden |
| jullie | psychologiseren | psychologiseerden |
| zij | psychologiseren | psychologiseerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gepsychologiseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gepsychologiseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gepsychologiseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gepsychologiseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gepsychologiseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gepsychologiseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gepsychologiseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gepsychologiseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gepsychologiseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gepsychologiseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepsychologiseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gepsychologiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gepsychologiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gepsychologiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gepsychologiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gepsychologiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gepsychologiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gepsychologiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gepsychologiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepsychologiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gepsychologiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepsychologiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gepsychologiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gepsychologiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepsychologiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepsychologiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| psychologiseer | gebiedende wijs |
| psychologiseerde | verleden tijd |
| psychologisere | aanvoegende wijs |
| psychologiserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gepsychologiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te psychologiseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen psychologiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gepsychologiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepsychologiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepsychologiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal psychologiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal psychologiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal psychologiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gepsychologiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepsychologiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepsychologiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou psychologiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou psychologiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou psychologiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepsychologiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepsychologiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepsychologiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden psychologiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden psychologiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden psychologiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepsychologiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt psychologiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepsychologiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepsychologiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepsychologiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen psychologiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen psychologiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen psychologiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen psychologiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepsychologiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult psychologiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van psychologisch met het achtervoegsel -iseren
Woordfamilie van psychologiseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepsychologiseerd | voltooid deelwoord | psychologiseren |
| gepsychologiseerde | woordvorm | psychologiseren |
| psychologiseer | gebiedende wijs | psychologiseren |
| psychologiseerde | verleden tijd | psychologiseren |
| psychologiseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | psychologiseren |
| psychologiseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | psychologiseren |
| psychologisere | aanvoegende wijs | psychologiseren |
| psychologiserend | onvoltooid deelwoord | psychologiseren |
| psychologiserende | woordvorm | psychologiseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van psychologiseren zijn vastgelegd.