Naar de inhoud

provoceren

een reactie oproepen, uitdagen

provoceren

werkwoord

Betekenis

  1. een reactie oproepen, uitdagen
  2. een negatieve reactie oproepen

Vervoeging van provoceren

provocerenhele werkwoord — provoceerdeverleden tijd enkelvoud — provoceerdenverleden tijd meervoud — geprovoceerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik provoceer provoceerde
jij provoceert provoceerde
hij, zij, het provoceert provoceerde
wij provoceren provoceerden
jullie provoceren provoceerden
zij provoceren provoceerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geprovoceerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geprovoceerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geprovoceerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geprovoceerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geprovoceerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geprovoceerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geprovoceerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geprovoceerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geprovoceerd verleden tijd, deelwoord
geprovoceerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geprovoceerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geprovoceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geprovoceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geprovoceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geprovoceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geprovoceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geprovoceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geprovoceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geprovoceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geprovoceerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geprovoceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geprovoceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geprovoceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geprovoceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geprovoceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geprovoceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
provoceer gebiedende wijs
provoceerde verleden tijd
provocere aanvoegende wijs
provocerend onvoltooid, deelwoord
te hebben geprovoceerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te provoceren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen provoceren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geprovoceerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geprovoceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geprovoceerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal provoceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal provoceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal provoceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geprovoceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geprovoceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geprovoceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou provoceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou provoceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou provoceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geprovoceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geprovoceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geprovoceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden provoceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden provoceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden provoceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geprovoceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt provoceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geprovoceerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geprovoceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geprovoceerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen provoceren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen provoceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen provoceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen provoceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geprovoceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult provoceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘uitdagen’ voor het eerst aangetroffen in 1567

Woordfamilie van provoceren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geprovoceerd voltooid deelwoord provoceren
geprovoceerde woordvorm provoceren
provoceer gebiedende wijs provoceren
provoceerde verleden tijd provoceren
provoceerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon provoceren
provoceert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon provoceren
provocere aanvoegende wijs provoceren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van provoceren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over provoceren

Wat is de betekenis van provoceren?
Provoceren is een werkwoord. De betekenis is: een reactie oproepen, uitdagen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik provoceren?
Zo vervoeg je provoceren zo: de tegenwoordige tijd is provoceer, de verleden tijd is provoceerde en het voltooid deelwoord is geprovoceerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord provoceren is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. R 2
  3. O 1
  4. V 4
  5. O 1
  6. C 5
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

provoceren levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. R 2
  3. O 1
  4. V 4
  5. O 1
  6. C 5
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 zonder bonus
  12. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

provoceren in het kort

provoceren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van provoceren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort provoceren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

provoceren: een reactie oproepen, uitdagen
Deel provoceren — standaardnederlands.nl