protegeren
werkwoordBetekenis
- beschermen, voorthelpen
Vervoeging van protegeren
protegerenhele werkwoord — protegeerdeverleden tijd enkelvoud — protegeerdenverleden tijd meervoud — geprotegeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | protegeer | protegeerde |
| jij | protegeert | protegeerde |
| hij, zij, het | protegeert | protegeerde |
| wij | protegeren | protegeerden |
| jullie | protegeren | protegeerden |
| zij | protegeren | protegeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geprotegeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geprotegeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geprotegeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geprotegeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geprotegeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geprotegeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geprotegeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geprotegeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geprotegeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geprotegeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geprotegeerd | verleden tijd, deelwoord |
| geprotegeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geprotegeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geprotegeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geprotegeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geprotegeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geprotegeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geprotegeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geprotegeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geprotegeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geprotegeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geprotegeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geprotegeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geprotegeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geprotegeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geprotegeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geprotegeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geprotegeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geprotegeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geprotegeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geprotegeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geprotegeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geprotegeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geprotegeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geprotegeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geprotegeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geprotegeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geprotegeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| protegeer | gebiedende wijs |
| protegeerde | verleden tijd |
| protegere | aanvoegende wijs |
| protegerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geprotegeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te protegeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen protegeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geprotegeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geprotegeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geprotegeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geprotegeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geprotegeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geprotegeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geprotegeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geprotegeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geprotegeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geprotegeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geprotegeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geprotegeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geprotegeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geprotegeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geprotegeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geprotegeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geprotegeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geprotegeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geprotegeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geprotegeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geprotegeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geprotegeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geprotegeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geprotegeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geprotegeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geprotegeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geprotegeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal protegeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal protegeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal protegeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geprotegeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geprotegeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geprotegeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geprotegeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geprotegeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geprotegeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geprotegeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geprotegeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geprotegeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geprotegeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geprotegeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geprotegeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geprotegeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou protegeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou protegeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou protegeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geprotegeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geprotegeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geprotegeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geprotegeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geprotegeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geprotegeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geprotegeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geprotegeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geprotegeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden protegeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden protegeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden protegeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geprotegeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geprotegeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geprotegeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt protegeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geprotegeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geprotegeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geprotegeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geprotegeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geprotegeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geprotegeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geprotegeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geprotegeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geprotegeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen protegeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen protegeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen protegeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen protegeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geprotegeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geprotegeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geprotegeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult protegeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Naamwoord van handeling van het Franse protéger (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van protegeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geprotegeerd | voltooid deelwoord | protegeren |
| geprotegeerde | woordvorm | protegeren |
| protegeer | gebiedende wijs | protegeren |
| protegeerde | verleden tijd | protegeren |
| protegeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | protegeren |
| protegeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | protegeren |
| protegere | aanvoegende wijs | protegeren |
| protegerend | onvoltooid deelwoord | protegeren |
| protegerende | woordvorm | protegeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van protegeren zijn vastgelegd.