Naar de inhoud

programmeren

het schrijven van een computerprogramma

programmeren

werkwoord

Betekenis

  1. het schrijven van een computerprogramma
  2. strak plannen

Vervoeging van programmeren

programmerenhele werkwoord — programmeerdeverleden tijd enkelvoud — programmeerdenverleden tijd meervoud — geprogrammeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik programmeer programmeerde
jij programmeert programmeerde
hij, zij, het programmeert programmeerde
wij programmeren programmeerden
jullie programmeren programmeerden
zij programmeren programmeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geprogrammeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geprogrammeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geprogrammeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geprogrammeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geprogrammeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geprogrammeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geprogrammeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geprogrammeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geprogrammeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geprogrammeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geprogrammeerd verleden tijd, deelwoord
geprogrammeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geprogrammeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geprogrammeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geprogrammeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geprogrammeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geprogrammeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geprogrammeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geprogrammeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geprogrammeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geprogrammeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geprogrammeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geprogrammeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geprogrammeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geprogrammeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geprogrammeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geprogrammeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geprogrammeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geprogrammeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geprogrammeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geprogrammeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geprogrammeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geprogrammeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geprogrammeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geprogrammeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geprogrammeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geprogrammeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geprogrammeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
programmeer gebiedende wijs
programmeerde verleden tijd
programmere aanvoegende wijs
programmerend onvoltooid, deelwoord
te hebben geprogrammeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te programmeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen programmeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geprogrammeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geprogrammeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geprogrammeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geprogrammeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geprogrammeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geprogrammeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geprogrammeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geprogrammeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geprogrammeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geprogrammeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geprogrammeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geprogrammeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geprogrammeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geprogrammeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geprogrammeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geprogrammeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geprogrammeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geprogrammeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geprogrammeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geprogrammeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geprogrammeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geprogrammeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geprogrammeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geprogrammeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geprogrammeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geprogrammeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geprogrammeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal programmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal programmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal programmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geprogrammeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geprogrammeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geprogrammeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geprogrammeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geprogrammeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geprogrammeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geprogrammeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geprogrammeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geprogrammeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geprogrammeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geprogrammeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geprogrammeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geprogrammeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou programmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou programmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou programmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geprogrammeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geprogrammeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geprogrammeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geprogrammeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geprogrammeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geprogrammeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geprogrammeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geprogrammeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geprogrammeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden programmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden programmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden programmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geprogrammeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geprogrammeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geprogrammeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt programmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geprogrammeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geprogrammeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geprogrammeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geprogrammeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geprogrammeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geprogrammeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geprogrammeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geprogrammeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geprogrammeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen programmeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen programmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen programmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen programmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geprogrammeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geprogrammeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geprogrammeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult programmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse programmer met het achtervoegsel -eren

Woordfamilie van programmeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geprogrammeerd voltooid deelwoord programmeren
programmeer gebiedende wijs programmeren
programmeerde verleden tijd programmeren
programmeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon programmeren
programmeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon programmeren
programmere aanvoegende wijs programmeren
programmerend onvoltooid deelwoord programmeren
programmerende woordvorm programmeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van programmeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over programmeren

Wat is de betekenis van programmeren?
Programmeren is een werkwoord. De betekenis is: het schrijven van een computerprogramma. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik programmeren?
Zo vervoeg je programmeren zo: de tegenwoordige tijd is programmeer, de verleden tijd is programmeerde en het voltooid deelwoord is geprogrammeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord programmeren is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. R 2
  3. O 1
  4. G 3
  5. R 2
  6. A 1
  7. M 3
  8. M 3
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

programmeren levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. R 2
  3. O 1
  4. G 3
  5. R 2
  6. A 1
  7. M 3
  8. M 3
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 24 zonder bonus
  14. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

programmeren in het kort

programmeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van programmeren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort programmeren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

programmeren: het schrijven van een computerprogramma
Deel programmeren — standaardnederlands.nl