profeteren
werkwoordBetekenis
- de toekomst voorspellen uit naam van een godheid
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van profeteren
profeterenhele werkwoord — profeteerdeverleden tijd enkelvoud — profeteerdenverleden tijd meervoud — geprofeteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | profeteer | profeteerde |
| jij | profeteert | profeteerde |
| hij, zij, het | profeteert | profeteerde |
| wij | profeteren | profeteerden |
| jullie | profeteren | profeteerden |
| zij | profeteren | profeteerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geprofeteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geprofeteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geprofeteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geprofeteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geprofeteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geprofeteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geprofeteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geprofeteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geprofeteerd | verleden tijd, deelwoord |
| geprofeteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geprofeteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geprofeteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geprofeteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geprofeteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geprofeteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geprofeteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geprofeteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geprofeteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geprofeteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geprofeteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geprofeteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geprofeteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geprofeteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geprofeteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geprofeteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geprofeteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| profeteer | gebiedende wijs |
| profeteerde | verleden tijd |
| profetere | aanvoegende wijs |
| profeterend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geprofeteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te profeteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen profeteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geprofeteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geprofeteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geprofeteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal profeteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal profeteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal profeteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geprofeteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geprofeteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geprofeteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou profeteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou profeteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou profeteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geprofeteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geprofeteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geprofeteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden profeteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden profeteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden profeteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geprofeteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt profeteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geprofeteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geprofeteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geprofeteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen profeteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen profeteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen profeteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen profeteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geprofeteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult profeteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘voorspellen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265
Woordfamilie van profeteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geprofeteerd | voltooid deelwoord | profeteren |
| geprofeteerde | woordvorm | profeteren |
| profeteer | gebiedende wijs | profeteren |
| profeteerde | verleden tijd | profeteren |
| profeteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | profeteren |
| profeteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | profeteren |
| profetere | aanvoegende wijs | profeteren |
| profeterend | onvoltooid deelwoord | profeteren |
| profeterende | woordvorm | profeteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van profeteren zijn vastgelegd.