Naar de inhoud

privilegiëren

voorrechten schenken aan iemand

privilegiëren

werkwoord

Betekenis

  1. voorrechten schenken aan iemand

Vervoeging van privilegiëren

privilegiërenhele werkwoord — privilegieerdeverleden tijd enkelvoud — privilegieerdenverleden tijd meervoud — geprivilegieerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik privilegieer privilegieerde
jij privilegieert privilegieerde
hij, zij, het privilegieert privilegieerde
wij privilegiëren privilegieerden
jullie privilegiëren privilegieerden
zij privilegiëren privilegieerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geprivilegieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geprivilegieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geprivilegieerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geprivilegieerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geprivilegieerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geprivilegieerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geprivilegieerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geprivilegieerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geprivilegieerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geprivilegieerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geprivilegieerd verleden tijd, deelwoord
geprivilegieerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geprivilegieerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geprivilegieerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geprivilegieerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geprivilegieerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geprivilegieerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geprivilegieerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geprivilegieerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geprivilegieerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geprivilegieerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geprivilegieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geprivilegieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geprivilegieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geprivilegieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geprivilegieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geprivilegieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geprivilegieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geprivilegieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geprivilegieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geprivilegieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geprivilegieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geprivilegieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geprivilegieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geprivilegieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geprivilegieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geprivilegieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geprivilegieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
privilegieer gebiedende wijs
privilegieerde verleden tijd
privilegiëre aanvoegende wijs
privilegiërend onvoltooid, deelwoord
te hebben geprivilegieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te privilegiëren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen privilegiëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geprivilegieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geprivilegieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geprivilegieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geprivilegieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geprivilegieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geprivilegieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geprivilegieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geprivilegieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geprivilegieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geprivilegieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geprivilegieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geprivilegieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geprivilegieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geprivilegieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geprivilegieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geprivilegieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geprivilegieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geprivilegieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geprivilegieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geprivilegieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geprivilegieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geprivilegieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geprivilegieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geprivilegieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geprivilegieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geprivilegieerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geprivilegieerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal privilegiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal privilegiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal privilegiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geprivilegieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geprivilegieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geprivilegieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geprivilegieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geprivilegieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geprivilegieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geprivilegieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geprivilegieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geprivilegieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geprivilegieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geprivilegieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geprivilegieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geprivilegieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou privilegiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou privilegiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou privilegiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geprivilegieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geprivilegieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geprivilegieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geprivilegieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geprivilegieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geprivilegieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geprivilegieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geprivilegieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geprivilegieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden privilegiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden privilegiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden privilegiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geprivilegieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geprivilegieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geprivilegieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt privilegiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geprivilegieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geprivilegieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geprivilegieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geprivilegieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geprivilegieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geprivilegieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geprivilegieerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geprivilegieerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geprivilegieerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen privilegiëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen privilegiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen privilegiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen privilegiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geprivilegieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geprivilegieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geprivilegieerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult privilegiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van privilegiëren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
privilegieer gebiedende wijs privilegiëren
privilegieerde verleden tijd privilegiëren
privilegieerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon privilegiëren
privilegieert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon privilegiëren
privilegiëre aanvoegende wijs privilegiëren
privilegiërend onvoltooid deelwoord privilegiëren
privilegiërende woordvorm privilegiëren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van privilegiëren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over privilegiëren

Wat betekent privilegiëren?
Privilegiëren is een werkwoord. Het woord betekent: voorrechten schenken aan iemand.
Hoe vervoeg je privilegiëren?
Je vervoegt privilegiëren als volgt: de tegenwoordige tijd is privilegieer, de verleden tijd is privilegieerde en het voltooid deelwoord is geprivilegieerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord privilegiëren is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. R 2
  3. I 1
  4. V 4
  5. I 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. G 3
  9. I 1
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

privilegiëren levert met Wordfeud minimaal 28 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. R 2
  3. I 2
  4. V 4
  5. I 2
  6. L 3
  7. E 1
  8. G 3
  9. I 2
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 28 zonder bonus
  15. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

privilegiëren in het kort

privilegiëren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van privilegiëren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort privilegiëren bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

privilegiëren: voorrechten schenken aan iemand
Deel privilegiëren — standaardnederlands.nl