privatiseren
werkwoordBetekenis
- omvormen van staatsbedrijven, overheidsdiensten tot particuliere, private bedrijven
Vervoeging van privatiseren
privatiserenhele werkwoord — privatiseerdeverleden tijd enkelvoud — privatiseerdenverleden tijd meervoud — geprivatiseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | privatiseer | privatiseerde |
| jij | privatiseert | privatiseerde |
| hij, zij, het | privatiseert | privatiseerde |
| wij | privatiseren | privatiseerden |
| jullie | privatiseren | privatiseerden |
| zij | privatiseren | privatiseerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geprivatiseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geprivatiseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geprivatiseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geprivatiseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geprivatiseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geprivatiseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geprivatiseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geprivatiseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geprivatiseerd | verleden tijd, deelwoord |
| geprivatiseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geprivatiseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geprivatiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geprivatiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geprivatiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geprivatiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geprivatiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geprivatiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geprivatiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geprivatiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geprivatiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geprivatiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geprivatiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geprivatiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geprivatiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geprivatiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geprivatiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| privatiseer | gebiedende wijs |
| privatiseerde | verleden tijd |
| privatisere | aanvoegende wijs |
| privatiserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geprivatiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te privatiseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen privatiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geprivatiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geprivatiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geprivatiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal privatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal privatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal privatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geprivatiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geprivatiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geprivatiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou privatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou privatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou privatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geprivatiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geprivatiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geprivatiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden privatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden privatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden privatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geprivatiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt privatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geprivatiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geprivatiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geprivatiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen privatiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen privatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen privatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen privatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geprivatiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult privatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse privatiser (met het achtervoegsel -iseren)
Woordfamilie van privatiseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geprivatiseerd | voltooid deelwoord | privatiseren |
| geprivatiseerde | woordvorm | privatiseren |
| privatiseer | gebiedende wijs | privatiseren |
| privatiseerde | verleden tijd | privatiseren |
| privatiseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | privatiseren |
| privatiseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | privatiseren |
| privatisere | aanvoegende wijs | privatiseren |
| privatiserend | onvoltooid deelwoord | privatiseren |
| privatiserende | woordvorm | privatiseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van privatiseren zijn vastgelegd.