prinses
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de hoogste adellijke titel van een vrouw of meisje
- de laagste koninklijke titel van een vrouw of meisje
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| prinsesje | verkleinwoord, enkelvoud |
| prinsesjes | verkleinwoord, meervoud |
| prinsessen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vrouw van een prins, koningsdochter’ voor het eerst aangetroffen in 1401
Woordfamilie van prinses
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| prinsesje | verkleinwoord | prinses |
| prinsesjes | verkleinwoord meervoud | prinses |
| prinsessen | meervoud | prinses |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van prinses zijn vastgelegd.