prinselijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- als horend of passend bij een prins of prinses, bestaand uit prinsen of prinsessen
- zeer luxe in het algemeen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| prinselijke | verbogen, stellende trap |
| prinselijker | onverbogen, vergrotende trap |
| prinselijkere | verbogen, vergrotende trap |
| prinselijkers | partitief, vergrotende trap |
| prinselijks | partitief, stellende trap |
| prinselijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| prinselijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afleiding van prins met het invoegsel -e- met het achtervoegsel -lijk
Woordfamilie van prinselijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| prinselijke | verbogen vorm | prinselijk |
| prinselijker | vergrotende trap | prinselijk |
| prinselijkere | verbogen vergrotende trap | prinselijk |
| prinselijkers | partitieve vergrotende trap | prinselijk |
| prinselijks | partitive, positive | prinselijk |
| prinselijkst | uninflected, superlative | prinselijk |
| prinselijkste | inflected, superlative | prinselijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van prinselijk zijn vastgelegd.