prins-gemaal
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de partner van een (regerend) koningin die geen koning genoemd kan worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| prins-gemaaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| prins-gemaaltjes | verkleinwoord, meervoud |
| prins-gemalen | meervoud |
| prinsen-gemalen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘man van de regerende vorstin’ voor het eerst aangetroffen in 1889
Woordfamilie van prins-gemaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| prins-gemaaltje | verkleinwoord | prins-gemaal |
| prins-gemaaltjes | verkleinwoord meervoud | prins-gemaal |
| prins-gemalen | meervoud | prins-gemaal |
| prinsen-gemalen | meervoud | prins-gemaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van prins-gemaal zijn vastgelegd.