prijsgeven
werkwoord /ˈprɛis.xevə(n)/Betekenis
- een geheim onthullen, toegeven dat iets waar is
- iets als verloren moeten beschouwen
Hoe spreek je prijsgeven uit?
/ˈprɛisxevən/
Prijsgeven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| s | sok |
| x | acht |
| e | veel |
| v | vis |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van prijsgeven
prijsgevenhele werkwoord — gaf prijsverleden tijd enkelvoud — gaven prijsverleden tijd meervoud — prijsgegevenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | geef prijs | gaf prijs |
| jij | geeft prijs | gaaft prijs |
| hij, zij, het | geeft prijs | gaf prijs |
| wij | geven prijs | gaven prijs |
| jullie | geven prijs | gaven prijs |
| zij | geven prijs | gaven prijs |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben prijsgegeven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent prijsgegeven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is prijsgegeven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was prijsgegeven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd prijsgegeven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt prijsgegeven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal prijsgegeven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal prijsgegeven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou prijsgegeven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou prijsgegeven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gaf prijs | verleden tijd |
| geef prijs | gebiedende wijs |
| had prijsgegeven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had prijsgegeven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had prijsgegeven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden prijsgegeven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden prijsgegeven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden prijsgegeven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt prijsgegeven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb prijsgegeven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben prijsgegeven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben prijsgegeven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben prijsgegeven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben prijsgegeven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt prijsgegeven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft prijsgegeven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft prijsgegeven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is prijsgegeven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is prijsgegeven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| prijs te geven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| prijs te zullen geven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| prijs zal geven | bijzin, toekomende tijd |
| prijs zou geven | bijzin, voorwaardelijk |
| prijs zouden geven | bijzin, voorwaardelijk |
| prijs zoudt geven | bijzin, voorwaardelijk |
| prijs zullen geven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| prijs zullen geven | bijzin, toekomende tijd |
| prijs zult geven | bijzin, toekomende tijd |
| prijsgaaft | bijzin, verleden tijd |
| prijsgaf | bijzin, verleden tijd |
| prijsgaven | bijzin, verleden tijd |
| prijsgeef | bijzin, tegenwoordige tijd |
| prijsgeeft | bijzin, tegenwoordige tijd |
| prijsgegeven | verleden tijd, deelwoord |
| prijsgegeven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| prijsgegeven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| prijsgegeven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| prijsgegeven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| prijsgegeven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| prijsgegeven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| prijsgegeven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| prijsgegeven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| prijsgegeven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| prijsgegeven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| prijsgevend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben prijsgegeven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen prijsgeven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart prijsgegeven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren prijsgegeven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren prijsgegeven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren prijsgegeven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was prijsgegeven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was prijsgegeven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was prijsgegeven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd prijsgegeven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd prijsgegeven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd prijsgegeven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden prijsgegeven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden prijsgegeven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden prijsgegeven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt prijsgegeven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word prijsgegeven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden prijsgegeven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden prijsgegeven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden prijsgegeven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt prijsgegeven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt prijsgegeven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal prijsgegeven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal prijsgegeven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal prijsgegeven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal prijsgegeven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal prijsgegeven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal prijsgegeven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal prijsgegeven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal prijsgeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal prijsgeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal prijsgeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal prijsgeven | bijzin, toekomende tijd |
| zijn prijsgegeven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn prijsgegeven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn prijsgegeven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt prijsgegeven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou prijsgegeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou prijsgegeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou prijsgegeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou prijsgegeven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou prijsgegeven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou prijsgegeven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou prijsgegeven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou prijsgegeven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou prijsgegeven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou prijsgeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou prijsgeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou prijsgeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou prijsgeven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) prijsgeven prijs zou(dt) geven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden prijsgegeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden prijsgegeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden prijsgegeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden prijsgegeven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden prijsgegeven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden prijsgegeven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden prijsgegeven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden prijsgegeven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden prijsgegeven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden prijsgeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden prijsgeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden prijsgeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden prijsgeven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt prijsgegeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt prijsgegeven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt prijsgegeven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt prijsgeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt prijsgeven | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen prijsgegeven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen prijsgegeven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen prijsgegeven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen prijsgegeven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen prijsgegeven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen prijsgegeven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen prijsgegeven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen prijsgegeven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen prijsgegeven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen prijsgeven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen prijsgeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen prijsgeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen prijsgeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen prijsgeven | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
In de betekenis van ‘opofferen’ voor het eerst aangetroffen in 1806
Woordfamilie van prijsgeven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gaf prijs | verleden tijd | prijsgeven |
| gaven prijs | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | prijsgeven |
| geef prijs | gebiedende wijs | prijsgeven |
| geeft prijs | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | prijsgeven |
| geve prijs | woordvorm | prijsgeven |
| geven prijs | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | prijsgeven |
| prijsgaf | subordinate-clause, verleden tijd | prijsgeven |
| prijsgaven | subordinate-clause, verleden tijd | prijsgeven |
| prijsgeef | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | prijsgeven |
| prijsgeeft | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | prijsgeven |
| prijsgegeven | voltooid deelwoord | prijsgeven |
| prijsgeve | with-subordinate-clause | prijsgeven |
| prijsgevend | onvoltooid deelwoord | prijsgeven |
| prijsgevende | woordvorm | prijsgeven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van prijsgeven zijn vastgelegd.