Naar de inhoud

prevelen

weinig verstaanbaar iets opzeggen

prevelen

werkwoord

Betekenis

  1. weinig verstaanbaar iets opzeggen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van prevelen

prevelenhele werkwoord — preveldeverleden tijd enkelvoud — preveldenverleden tijd meervoud — gepreveldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik prevel prevelde
jij prevelt prevelde
hij, zij, het prevelt prevelde
wij prevelen prevelden
jullie prevelen prevelden
zij prevelen prevelden
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is gepreveld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepreveld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepreveld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepreveld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepreveld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepreveld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepreveld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepreveld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepreveld verleden tijd, deelwoord
gepreveld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepreveld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepreveld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepreveld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepreveld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepreveld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepreveld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepreveld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepreveld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepreveld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepreveld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepreveld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepreveld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepreveld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepreveld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepreveld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepreveld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepreveld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepreveld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepreveld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepreveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepreveld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepreveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepreveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepreveld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gepreveld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
prevel gebiedende wijs
prevelde verleden tijd
prevele aanvoegende wijs
prevelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gepreveld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te prevelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen prevelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren gepreveld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gepreveld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gepreveld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden gepreveld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden gepreveld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gepreveld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal gepreveld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepreveld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepreveld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gepreveld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gepreveld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal prevelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal prevelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal prevelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gepreveld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou gepreveld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepreveld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepreveld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gepreveld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gepreveld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou prevelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou prevelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou prevelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepreveld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepreveld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepreveld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepreveld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepreveld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden prevelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden prevelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden prevelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepreveld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt prevelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepreveld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepreveld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepreveld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepreveld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepreveld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen prevelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen prevelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen prevelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen prevelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepreveld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult prevelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘mompelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1615

Woordfamilie van prevelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepreveld voltooid deelwoord prevelen
geprevelde woordvorm prevelen
prevel gebiedende wijs prevelen
prevelde verleden tijd prevelen
prevelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon prevelen
prevele aanvoegende wijs prevelen
prevelend onvoltooid deelwoord prevelen
prevelende woordvorm prevelen
prevelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon prevelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van prevelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over prevelen

Wat betekent prevelen?
Prevelen is een werkwoord. Het woord betekent: weinig verstaanbaar iets opzeggen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je prevelen?
Je vervoegt prevelen als volgt: de tegenwoordige tijd is prevel, de verleden tijd is prevelde en het voltooid deelwoord is gepreveld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord prevelen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. R 2
  3. E 1
  4. V 4
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

prevelen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. R 2
  3. E 1
  4. V 4
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

prevelen in het kort

prevelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van prevelen zijn 65 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort prevelen bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

prevelen: weinig verstaanbaar iets opzeggen
Deel prevelen — standaardnederlands.nl