Naar de inhoud

prevaleren

de overhand hebben, overwicht hebben, voorrang hebben

prevaleren

werkwoord

Betekenis

  1. de overhand hebben, overwicht hebben, voorrang hebben

Vervoeging van prevaleren

prevalerenhele werkwoord — prevaleerdeverleden tijd enkelvoud — prevaleerdenverleden tijd meervoud — geprevaleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik prevaleer prevaleerde
jij prevaleert prevaleerde
hij, zij, het prevaleert prevaleerde
wij prevaleren prevaleerden
jullie prevaleren prevaleerden
zij prevaleren prevaleerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geprevaleerd verleden tijd, deelwoord
geprevaleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geprevaleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geprevaleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geprevaleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geprevaleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geprevaleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geprevaleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geprevaleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geprevaleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geprevaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geprevaleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geprevaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geprevaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geprevaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geprevaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geprevaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geprevaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
prevaleer gebiedende wijs
prevaleerde verleden tijd
prevalere aanvoegende wijs
prevalerend onvoltooid, deelwoord
te hebben geprevaleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te prevaleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen prevaleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geprevaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geprevaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geprevaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal prevaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal prevaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal prevaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geprevaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geprevaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geprevaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou prevaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou prevaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou prevaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geprevaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geprevaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geprevaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden prevaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden prevaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden prevaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geprevaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt prevaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geprevaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geprevaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geprevaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen prevaleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen prevaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen prevaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen prevaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geprevaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult prevaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘overwicht hebben’ voor het eerst aangetroffen in 1540

Woordfamilie van prevaleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geprevaleerd voltooid deelwoord prevaleren
prevaleer gebiedende wijs prevaleren
prevaleerde verleden tijd prevaleren
prevaleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon prevaleren
prevaleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon prevaleren
prevalere aanvoegende wijs prevaleren
prevalerend onvoltooid deelwoord prevaleren
prevalerende woordvorm prevaleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van prevaleren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over prevaleren

Wat betekent prevaleren?
Prevaleren is een werkwoord. Het woord betekent: de overhand hebben, overwicht hebben, voorrang hebben.
Hoe vervoeg je prevaleren?
Je vervoegt prevaleren als volgt: de tegenwoordige tijd is prevaleer, de verleden tijd is prevaleerde en het voltooid deelwoord is geprevaleerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord prevaleren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. R 2
  3. E 1
  4. V 4
  5. A 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

prevaleren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. R 2
  3. E 1
  4. V 4
  5. A 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

prevaleren in het kort

prevaleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van prevaleren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort prevaleren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

prevaleren: de overhand hebben, overwicht hebben, voorrang hebben
Deel prevaleren — standaardnederlands.nl