Naar de inhoud

presenteren

op een goed voorbereide wijze aanbieden aan anderen

presenteren

werkwoord

Betekenis

  1. op een goed voorbereide wijze aanbieden aan anderen
  2. als presentator optreden bij, van

Vervoeging van presenteren

presenterenhele werkwoord — presenteerdeverleden tijd enkelvoud — presenteerdenverleden tijd meervoud — gepresenteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik presenteer presenteerde
jij presenteert presenteerde
hij, zij, het presenteert presenteerde
wij presenteren presenteerden
jullie presenteren presenteerden
zij presenteren presenteerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gepresenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gepresenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gepresenteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepresenteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepresenteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepresenteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepresenteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepresenteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepresenteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepresenteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepresenteerd verleden tijd, deelwoord
gepresenteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepresenteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepresenteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepresenteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepresenteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepresenteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepresenteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepresenteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepresenteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepresenteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepresenteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepresenteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepresenteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepresenteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepresenteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepresenteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepresenteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepresenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepresenteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepresenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepresenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepresenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepresenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepresenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepresenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gepresenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gepresenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
presenteer gebiedende wijs
presenteerde verleden tijd
presentere aanvoegende wijs
presenterend onvoltooid, deelwoord
te hebben gepresenteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te presenteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen presenteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gepresenteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepresenteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gepresenteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepresenteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gepresenteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gepresenteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gepresenteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gepresenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gepresenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gepresenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gepresenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gepresenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gepresenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gepresenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gepresenteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gepresenteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gepresenteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gepresenteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gepresenteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gepresenteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gepresenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepresenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepresenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gepresenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepresenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gepresenteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepresenteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal presenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal presenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal presenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gepresenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gepresenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gepresenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gepresenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gepresenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepresenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepresenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gepresenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepresenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gepresenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepresenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepresenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepresenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou presenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou presenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou presenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepresenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepresenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepresenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepresenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gepresenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gepresenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepresenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepresenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepresenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden presenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden presenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden presenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepresenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepresenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepresenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt presenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepresenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepresenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepresenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepresenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gepresenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gepresenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepresenteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepresenteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepresenteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen presenteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen presenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen presenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen presenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepresenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepresenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepresenteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult presenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aanbieden, voorstellen’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Woordfamilie van presenteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
presenteer gebiedende wijs presenteren
presenteerde verleden tijd presenteren
presenteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon presenteren
presenteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon presenteren
presenterend onvoltooid deelwoord presenteren
presenterende woordvorm presenteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van presenteren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over presenteren

Wat is de betekenis van presenteren?
Presenteren is een werkwoord. De betekenis is: op een goed voorbereide wijze aanbieden aan anderen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik presenteren?
Zo vervoeg je presenteren zo: de tegenwoordige tijd is presenteer, de verleden tijd is presenteerde en het voltooid deelwoord is gepresenteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord presenteren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. R 2
  3. E 1
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

presenteren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. R 2
  3. E 1
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 zonder bonus
  13. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

presenteren in het kort

presenteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van presenteren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort presenteren bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

presenteren: op een goed voorbereide wijze aanbieden aan anderen
Deel presenteren — standaardnederlands.nl