prent
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- gedrukte afbeelding
- bekeuring
- wildspoor
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| prenten | meervoud |
| prentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| prentjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van prenten
- gebiedende wijs van prenten
Vervoeging van prent
prenthele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘door in- of opdrukken verkregen plaat’ voor het eerst aangetroffen in 1294
Woordfamilie van prent
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| prentje | verkleinwoord | prent |
| prentjes | verkleinwoord meervoud | prent |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van prent zijn vastgelegd.