prefereren
werkwoordBetekenis
- de voorkeur geven aan
Vervoeging van prefereren
prefererenhele werkwoord — prefereerdeverleden tijd enkelvoud — prefereerdenverleden tijd meervoud — geprefereerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | prefereer | prefereerde |
| jij | prefereert | prefereerde |
| hij, zij, het | prefereert | prefereerde |
| wij | prefereren | prefereerden |
| jullie | prefereren | prefereerden |
| zij | prefereren | prefereerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geprefereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geprefereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geprefereerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geprefereerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geprefereerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geprefereerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geprefereerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geprefereerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geprefereerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geprefereerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geprefereerd | verleden tijd, deelwoord |
| geprefereerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geprefereerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geprefereerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geprefereerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geprefereerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geprefereerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geprefereerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geprefereerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geprefereerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geprefereerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geprefereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geprefereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geprefereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geprefereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geprefereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geprefereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geprefereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geprefereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geprefereerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geprefereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geprefereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geprefereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geprefereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geprefereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geprefereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geprefereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geprefereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| prefereer | gebiedende wijs |
| prefereerde | verleden tijd |
| preferere | aanvoegende wijs |
| prefererend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geprefereerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te prefereren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen prefereren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geprefereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geprefereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geprefereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geprefereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geprefereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geprefereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geprefereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geprefereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geprefereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geprefereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geprefereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geprefereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geprefereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geprefereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geprefereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geprefereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geprefereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geprefereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geprefereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geprefereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geprefereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geprefereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geprefereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geprefereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geprefereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geprefereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geprefereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal prefereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal prefereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal prefereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geprefereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geprefereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geprefereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geprefereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geprefereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geprefereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geprefereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geprefereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geprefereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geprefereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geprefereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geprefereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geprefereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou prefereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou prefereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou prefereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geprefereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geprefereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geprefereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geprefereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geprefereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geprefereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geprefereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geprefereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geprefereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden prefereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden prefereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden prefereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geprefereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geprefereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geprefereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt prefereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geprefereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geprefereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geprefereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geprefereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geprefereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geprefereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geprefereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geprefereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geprefereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen prefereren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen prefereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen prefereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen prefereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geprefereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geprefereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geprefereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult prefereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verkiezen’ voor het eerst aangetroffen in 1518
Woordfamilie van prefereren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geprefereerd | voltooid deelwoord | prefereren |
| geprefereerde | woordvorm | prefereren |
| prefereer | gebiedende wijs | prefereren |
| prefereerde | verleden tijd | prefereren |
| prefereerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | prefereren |
| prefereert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | prefereren |
| preferere | aanvoegende wijs | prefereren |
| prefererend | onvoltooid deelwoord | prefereren |
| prefererende | woordvorm | prefereren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van prefereren zijn vastgelegd.