potverteren
werkwoordBetekenis
- gemeenschappelijk geld uitgeven, bv. een overheid die veel geld uitgeeft
Vervoeging van potverteren
potverterenhele werkwoord — potverteerdeverleden tijd enkelvoud — potverteerdenverleden tijd meervoud — potverteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | potverteer | potverteerde |
| jij | potverteert | potverteerde |
| hij, zij, het | potverteert | potverteerde |
| wij | potverteren | potverteerden |
| jullie | potverteren | potverteerden |
| zij | potverteren | potverteerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had potverteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had potverteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had potverteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden potverteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden potverteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden potverteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt potverteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb potverteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben potverteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben potverteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben potverteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben potverteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt potverteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft potverteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft potverteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| potverteer | gebiedende wijs |
| potverteerd | verleden tijd, deelwoord |
| potverteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| potverteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| potverteerde | verleden tijd |
| potvertere | aanvoegende wijs |
| potverterend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben potverteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te potverteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen potverteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal potverteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal potverteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal potverteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal potverteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal potverteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal potverteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou potverteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou potverteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou potverteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou potverteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou potverteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou potverteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden potverteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden potverteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden potverteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden potverteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden potverteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden potverteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt potverteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt potverteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen potverteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen potverteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen potverteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen potverteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen potverteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen potverteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen potverteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult potverteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult potverteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van pot en verteren
Woordfamilie van potverteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| potverteer | gebiedende wijs | potverteren |
| potverteerd | voltooid deelwoord | potverteren |
| potverteerde | verleden tijd | potverteren |
| potverteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | potverteren |
| potverteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | potverteren |
| potvertere | aanvoegende wijs | potverteren |
| potverterend | onvoltooid deelwoord | potverteren |
| potverterende | woordvorm | potverteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van potverteren zijn vastgelegd.