poseren
werkwoordBetekenis
- voor een kunstenaar model staan
- zich een (vaak onnatuurlijke) houding geven (om de aandacht te trekken of interessant te lijken)
Vervoeging van poseren
poserenhele werkwoord — poseerdeverleden tijd enkelvoud — poseerdenverleden tijd meervoud — geposeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | poseer | poseerde |
| jij | poseert | poseerde |
| hij, zij, het | poseert | poseerde |
| wij | poseren | poseerden |
| jullie | poseren | poseerden |
| zij | poseren | poseerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| geposeerd | verleden tijd, deelwoord |
| geposeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geposeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geposeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geposeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geposeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geposeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geposeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geposeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geposeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geposeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geposeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geposeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geposeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geposeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geposeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geposeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geposeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| poseer | gebiedende wijs |
| poseerde | verleden tijd |
| posere | aanvoegende wijs |
| poserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geposeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te poseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen poseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geposeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geposeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geposeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal poseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal poseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal poseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geposeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geposeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geposeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou poseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou poseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou poseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geposeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geposeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geposeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden poseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden poseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden poseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geposeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt poseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geposeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geposeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geposeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen poseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen poseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen poseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen poseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geposeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult poseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse poser (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van poseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| poseer | gebiedende wijs | poseren |
| poseerde | verleden tijd | poseren |
| poseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | poseren |
| poseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | poseren |
| posere | aanvoegende wijs | poseren |
| poserend | onvoltooid deelwoord | poseren |
| poserende | woordvorm | poseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van poseren zijn vastgelegd.