porren
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- stoten met de hand, een stok of ander langwerpig voorwerp
- iemand ~: iemand in alle vroegte wakker maken
- tweede betekenisomschrijving.
- enz.
Vervoeging van porren
porrenhele werkwoord — pordeverleden tijd enkelvoud — pordenverleden tijd meervoud — gepordvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | por | porde |
| jij | port | porde |
| hij, zij, het | port | porde |
| wij | porren | porden |
| jullie | porren | porden |
| zij | porren | porden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gepord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gepord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gepord | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gepord | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gepord | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gepord | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gepord worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gepord zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gepord worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gepord zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gepord | verleden tijd, deelwoord |
| gepord te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepord te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepord te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepord te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepord te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepord worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepord zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepord zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepord zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepord zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gepord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gepord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gepord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gepord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gepord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gepord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gepord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gepord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepord | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gepord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gepord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gepord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gepord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gepord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| por | gebiedende wijs |
| porde | verleden tijd |
| porre | aanvoegende wijs |
| porrend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gepord | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te porren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen porren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gepord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gepord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gepord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gepord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gepord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gepord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gepord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gepord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gepord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gepord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gepord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gepord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gepord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gepord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gepord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gepord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gepord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gepord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gepord hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepord hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepord hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gepord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gepord zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepord zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal porren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal porren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal porren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gepord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gepord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gepord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gepord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gepord hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepord hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepord hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gepord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gepord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepord zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepord zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepord zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou porren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou porren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou porren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepord hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepord hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepord hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gepord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gepord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepord zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepord zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepord zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden porren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden porren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden porren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepord hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepord zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt porren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepord hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepord hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepord hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gepord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gepord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepord zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepord zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepord zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen porren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen porren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen porren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen porren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepord hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepord zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult porren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord por
Herkomst
In de betekenis van ‘stoten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1254
Woordfamilie van porren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepord | voltooid deelwoord | porren |
| geporde | woordvorm | porren |
| porde | verleden tijd | porren |
| porden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | porren |
| porre | aanvoegende wijs | porren |
| porrend | onvoltooid deelwoord | porren |
| porrende | woordvorm | porren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van porren zijn vastgelegd.