poolen
werkwoordBetekenis
- carpoolen
- poolbiljart spelen
- een pool maken van, in één pot doen
Vervoeging van poolen
poolenhele werkwoord — pooldeverleden tijd enkelvoud — pooldenverleden tijd meervoud — gepooldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | pool | poolde |
| jij | poolt | poolde |
| hij, zij, het | poolt | poolde |
| wij | poolen | poolden |
| jullie | poolen | poolden |
| zij | poolen | poolden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gepoold | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gepoold | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gepoold | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gepoold | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gepoold worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gepoold zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gepoold worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gepoold zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gepoold | verleden tijd, deelwoord |
| gepoold te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepoold zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gepoold | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gepoold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gepoold | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gepoold | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gepoold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gepoold | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gepoold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gepoold | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepoold | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gepoold | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepoold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gepoold | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gepoold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepoold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepoold | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| pool | gebiedende wijs |
| poolde | verleden tijd |
| poole | aanvoegende wijs |
| poolend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gepoold | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te poolen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen poolen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gepoold hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepoold hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepoold hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal poolen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal poolen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal poolen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gepoold hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepoold hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepoold hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou poolen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou poolen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou poolen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepoold hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepoold hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepoold hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden poolen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden poolen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden poolen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepoold hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt poolen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepoold hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepoold hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepoold hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen poolen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen poolen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen poolen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen poolen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepoold hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult poolen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
van het Engels
Woordfamilie van poolen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepoold | voltooid deelwoord | poolen |
| gepoolde | woordvorm | poolen |
| poolde | verleden tijd | poolen |
| poolden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | poolen |
| poole | aanvoegende wijs | poolen |
| poolend | onvoltooid deelwoord | poolen |
| poolende | woordvorm | poolen |
| poolt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | poolen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van poolen zijn vastgelegd.