Naar de inhoud

poneren

stellen, voordragen

poneren

werkwoord

Betekenis

  1. stellen, voordragen

Vervoeging van poneren

ponerenhele werkwoord — poneerdeverleden tijd enkelvoud — poneerdenverleden tijd meervoud — geponeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik poneer poneerde
jij poneert poneerde
hij, zij, het poneert poneerde
wij poneren poneerden
jullie poneren poneerden
zij poneren poneerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geponeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geponeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geponeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geponeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geponeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geponeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geponeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geponeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geponeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geponeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geponeerd verleden tijd, deelwoord
geponeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geponeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geponeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geponeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geponeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geponeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geponeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geponeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geponeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geponeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geponeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geponeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geponeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geponeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geponeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geponeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geponeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geponeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geponeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geponeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geponeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geponeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geponeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geponeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geponeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geponeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geponeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
poneer gebiedende wijs
poneerde verleden tijd
ponere aanvoegende wijs
ponerend onvoltooid, deelwoord
te hebben geponeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te poneren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen poneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geponeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geponeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geponeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geponeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geponeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geponeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geponeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geponeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geponeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geponeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geponeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geponeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geponeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geponeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geponeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geponeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geponeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geponeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geponeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geponeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geponeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geponeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geponeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geponeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geponeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geponeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geponeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal poneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal poneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal poneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geponeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geponeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geponeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geponeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geponeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geponeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geponeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geponeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geponeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geponeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geponeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geponeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geponeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou poneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou poneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou poneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geponeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geponeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geponeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geponeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geponeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geponeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geponeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geponeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geponeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden poneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden poneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden poneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geponeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geponeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geponeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt poneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geponeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geponeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geponeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geponeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geponeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geponeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geponeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geponeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geponeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen poneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen poneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen poneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen poneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geponeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geponeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geponeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult poneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘stellen’ voor het eerst aangetroffen in 1698

Woordfamilie van poneren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geponeerd voltooid deelwoord poneren
poneer gebiedende wijs poneren
poneerde verleden tijd poneren
poneerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon poneren
poneert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon poneren
ponere aanvoegende wijs poneren
ponerend onvoltooid deelwoord poneren
ponerende woordvorm poneren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van poneren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over poneren

Wat is de betekenis van poneren?
Poneren is een werkwoord. De betekenis is: stellen, voordragen.
Hoe vervoeg ik poneren?
Zo vervoeg je poneren zo: de tegenwoordige tijd is poneer, de verleden tijd is poneerde en het voltooid deelwoord is geponeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord poneren is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. O 1
  3. N 1
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

poneren levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 97 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. O 1
  3. N 1
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 zonder bonus
  9. 97 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

poneren telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

poneren in het kort

poneren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van poneren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort poneren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

poneren: stellen, voordragen
Deel poneren — standaardnederlands.nl