poker
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een spel waarbij op bepaalde combinaties van kaarten een, gewoonlijk geldelijke, inzet gedaan wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pokertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pokertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pokeren
- gebiedende wijs van pokeren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pokeren
Vervoeging van poker
pokerhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘kaartspel’ voor het eerst aangetroffen in 1912
Woordfamilie van poker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pokertje | verkleinwoord | poker |
| pokertjes | verkleinwoord meervoud | poker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van poker zijn vastgelegd.