pointeren
werkwoordBetekenis
- aantekenen
- (het geschut) richten
- zetten op een kaart
werkwoord
- richten
Vervoeging van pointeren
pointerenhele werkwoord — pointeerdeverleden tijd enkelvoud — pointeerdenverleden tijd meervoud — gepointeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | pointeer | pointeerde |
| jij | pointeert | pointeerde |
| hij, zij, het | pointeert | pointeerde |
| wij | pointeren | pointeerden |
| jullie | pointeren | pointeerden |
| zij | pointeren | pointeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gepointeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gepointeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gepointeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gepointeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gepointeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gepointeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gepointeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gepointeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gepointeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gepointeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gepointeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gepointeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepointeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepointeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepointeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepointeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepointeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepointeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepointeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepointeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepointeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gepointeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gepointeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gepointeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gepointeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gepointeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gepointeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gepointeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gepointeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepointeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gepointeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepointeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gepointeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gepointeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepointeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepointeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gepointeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gepointeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| pointeer | gebiedende wijs |
| pointeerde | verleden tijd |
| pointere | aanvoegende wijs |
| pointerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gepointeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te pointeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen pointeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gepointeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepointeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gepointeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepointeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gepointeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gepointeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gepointeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gepointeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gepointeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gepointeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gepointeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gepointeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gepointeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gepointeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gepointeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gepointeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gepointeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gepointeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gepointeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gepointeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gepointeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepointeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepointeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gepointeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepointeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gepointeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepointeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal pointeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal pointeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal pointeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gepointeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gepointeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gepointeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gepointeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gepointeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepointeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepointeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gepointeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepointeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gepointeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepointeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepointeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepointeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou pointeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou pointeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou pointeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepointeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepointeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepointeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepointeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gepointeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gepointeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepointeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepointeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepointeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden pointeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden pointeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden pointeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepointeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepointeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepointeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt pointeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepointeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepointeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepointeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepointeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gepointeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gepointeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepointeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepointeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepointeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen pointeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen pointeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen pointeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen pointeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepointeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepointeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepointeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult pointeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse pointer (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van pointeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepointeerd | voltooid deelwoord | pointeren |
| gepointeerde | woordvorm | pointeren |
| pointeer | gebiedende wijs | pointeren |
| pointeerde | verleden tijd | pointeren |
| pointeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | pointeren |
| pointeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | pointeren |
| pointere | aanvoegende wijs | pointeren |
| pointerend | onvoltooid deelwoord | pointeren |
| pointerende | woordvorm | pointeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pointeren zijn vastgelegd.