plectrum
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het plaatje waarmee de snaren van tokkelinstrumenten kunnen worden aangeslagen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| plectra | meervoud |
| plectrumpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| plectrumpjes | verkleinwoord, meervoud |
| plectrums | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘citerpen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1832
Woordfamilie van plectrum
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| plectra | meervoud | plectrum |
| plectrumpje | verkleinwoord | plectrum |
| plectrumpjes | verkleinwoord meervoud | plectrum |
| plectrums | meervoud | plectrum |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van plectrum zijn vastgelegd.