Naar de inhoud

platstrijken

met een strijkende beweging vlak maken

platstrijken

werkwoord

Betekenis

  1. met een strijkende beweging vlak maken

Vervoeging van platstrijken

platstrijkenhele werkwoord — streek platverleden tijd enkelvoud — streken platverleden tijd meervoud — platgestrekenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik strijk plat streek plat
jij strijkt plat streek plat
hij, zij, het strijkt plat streek plat
wij strijken plat streken plat
jullie strijken plat streken plat
zij strijken plat streken plat
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben platgestreken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent platgestreken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is platgestreken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was platgestreken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd platgestreken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt platgestreken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal platgestreken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal platgestreken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou platgestreken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou platgestreken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had platgestreken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had platgestreken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had platgestreken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden platgestreken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden platgestreken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden platgestreken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt platgestreken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb platgestreken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben platgestreken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben platgestreken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben platgestreken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben platgestreken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt platgestreken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft platgestreken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft platgestreken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is platgestreken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is platgestreken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
plat te strijken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
plat te zullen strijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
plat zal strijken bijzin, toekomende tijd
plat zou strijken bijzin, voorwaardelijk
plat zouden strijken bijzin, voorwaardelijk
plat zoudt strijken bijzin, voorwaardelijk
plat zullen strijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
plat zullen strijken bijzin, toekomende tijd
plat zult strijken bijzin, toekomende tijd
platgestreken verleden tijd, deelwoord
platgestreken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
platgestreken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
platgestreken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
platgestreken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
platgestreken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
platgestreken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
platgestreken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
platgestreken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
platgestreken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
platgestreken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
platstreek bijzin, verleden tijd
platstreekt bijzin, verleden tijd
platstreken bijzin, verleden tijd
platstrijk bijzin, tegenwoordige tijd
platstrijkend onvoltooid, deelwoord
platstrijkt bijzin, tegenwoordige tijd
streek plat verleden tijd
strijk plat gebiedende wijs
te hebben platgestreken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen platstrijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart platgestreken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren platgestreken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren platgestreken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren platgestreken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was platgestreken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was platgestreken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was platgestreken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd platgestreken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd platgestreken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd platgestreken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden platgestreken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden platgestreken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden platgestreken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt platgestreken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word platgestreken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden platgestreken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden platgestreken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden platgestreken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt platgestreken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt platgestreken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal platgestreken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal platgestreken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal platgestreken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal platgestreken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal platgestreken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal platgestreken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal platgestreken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal platstrijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal platstrijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal platstrijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal platstrijken bijzin, toekomende tijd
zijn platgestreken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn platgestreken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn platgestreken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt platgestreken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou platgestreken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou platgestreken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou platgestreken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou platgestreken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou platgestreken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou platgestreken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou platgestreken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou platgestreken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou platgestreken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou platstrijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou platstrijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou platstrijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou platstrijken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) platstrijken plat zou(dt) strijken bijzin, voorwaardelijk
zouden platgestreken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden platgestreken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden platgestreken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden platgestreken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden platgestreken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden platgestreken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden platgestreken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden platgestreken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden platgestreken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden platstrijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden platstrijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden platstrijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden platstrijken bijzin, voorwaardelijk
zoudt platgestreken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt platgestreken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt platgestreken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt platstrijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt platstrijken bijzin, voorwaardelijk
zullen platgestreken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen platgestreken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen platgestreken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen platgestreken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen platgestreken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen platgestreken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen platgestreken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen platgestreken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen platgestreken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen platstrijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen platstrijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen platstrijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen platstrijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen platstrijken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van plat en strijken

Woordfamilie van platstrijken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
platgestreken voltooid deelwoord platstrijken
platstreek subordinate-clause, verleden tijd platstrijken
platstreken subordinate-clause, verleden tijd platstrijken
platstrijk subordinate-clause, tegenwoordige tijd platstrijken
platstrijke with-subordinate-clause platstrijken
platstrijkend onvoltooid deelwoord platstrijken
platstrijkende woordvorm platstrijken
platstrijkt subordinate-clause, tegenwoordige tijd platstrijken
streek plat verleden tijd platstrijken
streken plat aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon platstrijken
strijk plat gebiedende wijs platstrijken
strijke plat woordvorm platstrijken
strijken plat aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon platstrijken
strijkt plat aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon platstrijken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van platstrijken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over platstrijken

Wat is de betekenis van platstrijken?
Platstrijken is een werkwoord. De betekenis is: met een strijkende beweging vlak maken.
Hoe vervoeg ik platstrijken?
Zo vervoeg je platstrijken zo: het voltooid deelwoord is platgestreken. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord platstrijken is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. L 3
  3. A 1
  4. T 2
  5. S 2
  6. T 2
  7. R 2
  8. I 1
  9. J 4
  10. K 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

platstrijken levert met Wordfeud minimaal 27 en maximaal 105 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. L 3
  3. A 1
  4. T 2
  5. S 2
  6. T 2
  7. R 2
  8. I 2
  9. J 4
  10. K 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 27 zonder bonus
  14. 105 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

platstrijken in het kort

platstrijken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van platstrijken staan er 90 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort platstrijken bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

platstrijken: met een strijkende beweging vlak maken
Deel platstrijken — standaardnederlands.nl