Naar de inhoud

pingpongen

pingpong spelen, tafeltennissen

pingpongen

werkwoord

Betekenis

  1. pingpong spelen, tafeltennissen

Vervoeging van pingpongen

pingpongenhele werkwoord — pingpongdeverleden tijd enkelvoud — pingpongdenverleden tijd meervoud — gepingpongdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik pingpong pingpongde
jij pingpongt pingpongde
hij, zij, het pingpongt pingpongde
wij pingpongen pingpongden
jullie pingpongen pingpongden
zij pingpongen pingpongden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gepingpongd verleden tijd, deelwoord
gepingpongd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepingpongd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepingpongd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepingpongd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepingpongd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepingpongd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepingpongd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepingpongd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepingpongd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepingpongd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepingpongd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepingpongd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepingpongd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepingpongd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepingpongd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepingpongd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepingpongd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
pingpong gebiedende wijs
pingpongde verleden tijd
pingponge aanvoegende wijs
pingpongend onvoltooid, deelwoord
te hebben gepingpongd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te pingpongen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen pingpongen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gepingpongd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepingpongd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepingpongd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal pingpongen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal pingpongen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal pingpongen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gepingpongd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepingpongd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepingpongd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou pingpongen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou pingpongen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou pingpongen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepingpongd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepingpongd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepingpongd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden pingpongen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden pingpongen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden pingpongen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepingpongd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt pingpongen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepingpongd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepingpongd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepingpongd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen pingpongen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen pingpongen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen pingpongen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen pingpongen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepingpongd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult pingpongen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van pingpong met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van pingpongen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepingpongd voltooid deelwoord pingpongen
pingpongde verleden tijd pingpongen
pingpongden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon pingpongen
pingponge aanvoegende wijs pingpongen
pingpongend onvoltooid deelwoord pingpongen
pingpongende woordvorm pingpongen
pingpongt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon pingpongen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pingpongen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over pingpongen

Wat betekent pingpongen?
Pingpongen is een werkwoord. Het woord betekent: pingpong spelen, tafeltennissen.
Hoe vervoeg je pingpongen?
Je vervoegt pingpongen als volgt: de tegenwoordige tijd is pingpong, de verleden tijd is pingpongde en het voltooid deelwoord is gepingpongd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord pingpongen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. I 1
  3. N 1
  4. G 3
  5. P 3
  6. O 1
  7. N 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

pingpongen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. I 2
  3. N 1
  4. G 3
  5. P 4
  6. O 1
  7. N 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

pingpongen in het kort

pingpongen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van pingpongen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort pingpongen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

pingpongen: pingpong spelen, tafeltennissen
Deel pingpongen — standaardnederlands.nl