pimpelen
werkwoordBetekenis
- uitgebreid alcohol consumeren
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van pimpelen
pimpelenhele werkwoord — pimpeldeverleden tijd enkelvoud — pimpeldenverleden tijd meervoud — gepimpeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | pimpel | pimpelde |
| jij | pimpelt | pimpelde |
| hij, zij, het | pimpelt | pimpelde |
| wij | pimpelen | pimpelden |
| jullie | pimpelen | pimpelden |
| zij | pimpelen | pimpelden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gepimpeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gepimpeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gepimpeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gepimpeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gepimpeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gepimpeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gepimpeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gepimpeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gepimpeld | verleden tijd, deelwoord |
| gepimpeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepimpeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gepimpeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gepimpeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gepimpeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gepimpeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gepimpeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gepimpeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gepimpeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gepimpeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepimpeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gepimpeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepimpeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gepimpeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gepimpeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepimpeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepimpeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| pimpel | gebiedende wijs |
| pimpelde | verleden tijd |
| pimpele | aanvoegende wijs |
| pimpelend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gepimpeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te pimpelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen pimpelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gepimpeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepimpeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepimpeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal pimpelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal pimpelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal pimpelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gepimpeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepimpeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepimpeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou pimpelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou pimpelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou pimpelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepimpeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepimpeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepimpeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden pimpelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden pimpelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden pimpelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepimpeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt pimpelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepimpeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepimpeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepimpeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen pimpelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen pimpelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen pimpelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen pimpelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepimpeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult pimpelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘zuipen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1693
Woordfamilie van pimpelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepimpeld | voltooid deelwoord | pimpelen |
| pimpelde | verleden tijd | pimpelen |
| pimpelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | pimpelen |
| pimpele | aanvoegende wijs | pimpelen |
| pimpelend | onvoltooid deelwoord | pimpelen |
| pimpelende | woordvorm | pimpelen |
| pimpelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | pimpelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pimpelen zijn vastgelegd.